jun 272018
 

Gemeenteraad 26 juni 2018

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen)

Punt A.1: Kennisname van de jaarrekening 2017 van het OCMW.
(vraag Stan Meeussen)

Als Vlaams Belang zouden we wel voor bepaalde zaken andere accenten leggen maar, zoals in het verleden al gesteld, de taak van het OCMW is te nodig en te nobel om hierover te kissebissen. Het welzijn van mensen, die het door omstandigheden moeilijk hebben, moeten hier politieke meningsverschillen kunnen overstijgen.

Ik heb wel een vraag over een zin die ik in de toelichting lees en waar ik niet direct met mee ben: ‘de woningen in de Graffendonk worden afgeschreven op 15 jaar en de 2 bijkomende op 33 jaar’ Maar nu dacht ik dat wij die woningen, integraal verruild hadden met het SVK?
Of ben ik verkeerd en blijft die kost na verruiling voor ons nog doorlopen? Of hoe zit dat?

Schepen K. Schryvers bevestigt dat deze woningen inderdaad werden overgedragen aan SHM de Voorkempen door een verkoop voorafgegaan door de aankoop door het ocmw van de gronden aan de Smissestraat. Het betreft hier een weergave van de algemene waarderingsregels die nog niet zijn aangepast na de overdracht van de woningen dus zolang nog integraal moeten worden opgenomen.

 

Punt A.2: Vaststelling jaarrekening 2017
(opmerkingen Jos van Dongen)

Doelstellingenrealisatie 2017, pag. 10 van 21:
‘Opmaak van een RUP ‘domein Martinus’
Gerealiseerd: Ja
In de toelichting lees ik echter: ‘Door de eigenaar van Domein Martinus werd een verzoek tot vernietiging ingediend bij de Raad van State.’
Naar mijn mening verdient de beoordeling ‘Ja’ dan ook de toevoeging van het woord ‘Maar’
Ik kan dit helemaal niet beschouwen als ‘afgewerkt’.

De burgemeester antwoordt dat het RUP helemaal afgewerkt is, maar dat vanwege het verzoek tot nietigverklaring ingeleid bij de Raad van State, het RUP niet uitvoerbaar is.

Toelichting
In de toelichting lees ik bij de  ‘Exploitatie-uitgaven’: ‘De personeelsbudgetten voor de gemachtigde opzichters bleken bij afsluiting van het boekjaar voor 5.270 euro ontoereikend.’
Reden? Meer opzichters aan het werk dan verwacht? Hogere vergoedingen?

De burgemeester antwoordt: Recent werd aan de gemachtigd opzichters een fietsvergoeding toegekend, waar dit voorheen niet het geval was, dus mogelijk is dat de verklaring. Er wordt nagekeken of dit de overschrijding van de raming voldoende verklaart.

 

Punt A.4: Principeovereenkomst met parochie Halle
(opmerkingen Jos van Dongen)

Artikel 2, verzekeringen: Bij §2 die handelt over de verplichting om de inboedel te laten verzekeren  de melding  toevoegen, zoals dit ook in andere dossiers gebruikelijk is, dat het bewijs hiervan jaarlijks, of op verzoek van ‘het bestuur’ moet worden voorgelegd.

De burgemeester antwoordt dat dit een zinvolle toevoeging is die in de tekst van de principeovereenkomst zal worden opgenomen.

 

Punt A.5: Aankoop gronden en gebouwen voormalige gemeentelijke basisschool Pierenbos op site Lindedreef
(opmerkingen Jos van Dongen)

In de ‘Argumentatie’ is er naar mijn mening nogal ‘vrij’ omgesprongen met het vergelijken van gegevens. Er staat dat de waarde van het goed op 3 april 2015 werd geschat op 660.000 euro en dat de vraagprijs 910.000 euro bedroeg op basis van een schattingsverslag van 16 februari 2017, aangevraagd door de vzw (dus de verkoper). Beide gegevens zijn correct en het uiteindelijke akkoord over de aankoopprijs, namelijk 785.000 euro, lijkt een aanvaardbaar compromis te zijn. Het verschil tussen vraagprijs en geschatte prijs, namelijk 250.000 euro werd in de helft gekapt en 660.000 + 125.000 geeft 785.000 euro als resultaat. Overeenkomst gesloten, iedereen tevreden.

Wat men hier wel vergeet bij te vermelden is dat er bij de aanvang van de berekening appelen met peren werden verward. De vraagprijs was op basis van een geschatte prijs bij ‘verkoop uit de hand’ en de 660.000 euro was de geschatte prijs bij een ‘vrijwillige openbare verkoop’.

Wanneer men bij de 2 schattingen vertrekt van dezelfde basis, namelijk ‘vrijwillige openbare verkoop’, dan komt men tot een totaal ander resultaat. Ik ben er bijgevolg niet van overtuigd dat de gevoerde onderhandelingen hebben geleid tot het voor de gemeente best mogelijke resultaat. Anderzijds hebben wij de aankoop van de gronden en gebouwen op zich geen enkel probleem. Dit is naar onze mening wel een goede beslissing. Daarom zal onze fractie zich bij deze stemming  onthouden.

Schepen K. Schryvers herhaalt dat het akkoord tot stand kwam na vele gesprekken en dat het een goed onderhandeld en waardevol akkoord is met positieve terugkoppeling van het bisdom. Zonder dit akkoord is er geen verkoop en dan krijg je een afzonderlijke en fragmentaire ontwikkeling door verschillende actoren, wat ruimtelijk geen goed resultaat geeft en bovendien lange leegstand en verkrotting van de schoolgebouwen zou betekenen.

 

Punt A.7: Gebruiksovereenkomst PUUUR
(vragen Jos van Dongen)

Zoals blijkt uit de overeenkomst met volleybalclub Zoersel (zie agendapunt A.6) betaalt de gemeente Zoersel 500,00 euro per maand voor gebruik van de voormalige cafetaria. Deze cafetaria wordt nu ter beschikking gesteld door de gemeente (‘het bestuur’) aan cvba PUUUR voor een forfaitair tarief van 250 euro per maand.

De gemeente neemt met andere woorden de helft van de huur voor haar rekening met als tegenprestatie punt 2 van artikel 4 van de gebruiksovereenkomst:
‘In overleg met de gebruiker, en enkel indien dit compatibel is met de activiteiten van het strijkatelier, kan het bestuur de in artikel 1, §1 vermelde ruimtes sporadisch ter beschikking stellen aan derden.’

De vorige gebruiksovereenkomst nam een einde op 15 september 2016. Deze overeenkomst was afgesloten met de Landelijke Dienstencentrale, dus niet met het huidige PUUUR.

Daarom volgende vragen:
1/ Hoeveel maal werd in de voorbije 3 jaar de voormalige cafetaria ter beschikking gesteld van derden?
Eén keer per jaar werd via de voormalige cafetaria een doorgang/uitgang vrijgemaakt voor de fuif van VC Zoersel

2/ Hoeveel bedroeg het totale bedrag dat gedurende deze 3 jaar door derden werd betaald voor gebruik van dit lokaal?
Geen inkomsten

3/ Waarom wordt de gebruiksovereenkomst pas nu, nadat de vorige bijna 2 jaar is verstreken,     hernieuwd? Wanneer vond de overname door PUUUR  plaats en heeft PUUUR sindsdien het forfaitair tarief betaald ?
De onderhandelingen met VC Zoersel over de nieuwe gebruiksovereenkomst moesten worden afgewacht om de gebruiksovereenkomst met Puuur te kunnen finaliseren. De oude samenwerkingsovereenkomst van 19 juni 2006 met het Landelijk Dienstencoöperatief (rechtsvoorganger van Puuur) bleef al die tijd van kracht. Hierin werd de voormalige cafetaria door de gemeente ter beschikking gesteld zonder vaste maandelijkse (huur)prijs. Deze overeenkomst liep telkens voor één jaar en werd, telkens, stilzwijgend verlengd op de datum van de ondertekening ervan. D.w.z. dat de nieuwe gebruiksovereenkomst met Puuur pas in werking had kunnen treden op 18 juni 2018. Er kon evenwel met Puuur overeengekomen worden om deze overeenkomst, net zoals de nieuwe overeenkomst met VC Zoersel, toch ook te laten ingaan op 1 januari 2018.

4/ Heeft ‘het bestuur’ onderzocht of het ten laste nemen van de 250 euro per maand nog steeds verantwoord is?
PUUUR (rechtsopvolger van het Landelijk Dienstencoöperatief – invoegbedrijf) is nog steeds een erkend dienstenchequebedrijf met een sociaal oogmerk (staat expliciet in hun statuten).

Schepen Kennis antwoordt dat het precieze aantal en het bedrag nog verder worden opgezocht maar dat bijvoorbeeld de Volleybalclub zelf de cafetaria gebruikt. Wat betreft de samenwerking met PUUUR, die is nog steeds actueel voor het gebruik van de ruimte en de wasmachine voor het textiel van onze scholen en de werkkledij van onze afdeling openbare werken.

 

Punt A.9: PPS Halle: Ontwerp en bouw van socio-culturele infrastructuur op de site ‘Kerk’
(opmerkingen Stan Meeussen)

Aleja jacta est zullen we maar zeggen maar als ik in de toelichting lees: “- het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 juni 2016 houdende de definitieve gunning aan het team NV Van Roey van deze overheidsopdracht

  • De beslissing van de gemeenteraad van 28 juni 2016 tot goedkeuring van de overeenkomst voor de publiek- private samenwerking voor het project Halle Dorp, hierna de ’PPS- overeenkomst’.
  • En als ik dan finaal lees: “Bij de ondertekening van de PPS- overeenkomst werd de bouw van de nieuwe dorpszaal naast de voormalige pastorij voorzien.”

Dan is toen, in de maand juni van 2016 de teerling geworpen en is de onherroepelijke beslissing genomen. Toch heeft het nog tot september 2017 geduurd eer het ‘den volke kond werd gedaan’. Tot dan werd de actiegroep nog altijd in de waan gelaten dat alles, qua vestigingsplaats nog mogelijk was. Waarom zo lang gewacht?

Waarom? Daarom.

Omdat men inderdaad de reactie van een groot deel van de Halse bevolking vreesde en men dacht met een uitputtingsslag het zolang te rekken tot de actiegroep, ‘in arren moede’ het van zichzelf zou opgeven. Maar met een, door enkele gedreven Hallenaren gedragen groep, die zich gelijk een knoeselbijtend, niet aflatend Jack Russelhondje vastbeet in het dossier, was dat dus verkeerd gegokt.

Wat me ook nog stoort is de indruk die altijd gewekt is, dat om van het Solarise geld te kunnen genieten de nieuwe dorpszaal enkel en alleen aan de pastorij kon komen en nergens anders. Met al hetgeen ik nu bij beetjes te weten kom, realiseer ik mij dat dit alles even goed in samenhang met de Markeyvilla had kunnen zijn. Nu is deze geworden tot enkel een repetitielokaal voor de toneelkring en verworden tot een stockageruimte voor materiaal.

Ik denk dat, toen Yolande Markey haar bezit aan de gemeente schonk, zij wel een ander idee had over de culturele invulling.

Maar inderdaad, zoals onze schepen van cultuur, Katrien, het ons in januari al voor de voeten wierp en ik citeer uit de notulen: “ dat de nalatenschap geen enkel voorwaarde stipuleerde voor de bestemming van de nalatenschap, enkel de villa zelf.” Waaruit het bestuur besloot dat ze met het roerend goed konden doen wat ze wilden.

Strikt genomen juist, maar ik zou zeggen, er is de letter en er is de geest. Want met dit bedrag, toch 2,2 miljoen euro plus het solarisegeld, hadden in, rond, op en tegen de villa theater en dorpszaal gerealiseerd kunnen worden met een voldoende ruime interne inrichting voor alle activiteiten. Als ik de tekeningen en afmetingen zie van wat men in de pastorij gaat doen, gaat dat in de uitbating ferm te kort schieten.

Na heel die vaudeville is het enige besluit dat wij als Vlaams Belang kunnen trekken, dat dit alles geen fraai beeld geeft van hoe het bestuur met een groot deel van de Halse bevolking gehandeld heeft.

Nog iets. Met het weekend is de omzetbrief met de datum van het infomoment op 28 juni in de bus gevallen. Wel vrij laat vind ik. Nog een laatste vraag: “Wanneer gaan de geel plakaten daar verschijnen?

 

 

Punt A.9: PPS Halle: Ontwerp en bouw van socio-culturele infrastructuur op de site ‘Kerk’
(opmerkingen Jos van Dongen)

Collega’s,

Zaterdag las ik in de krant ‘Nieuw bestuursdecreet: binnenkort kan je zelf een beleidsvoorstel doen bij de Vlaamse overheid’. Het betreft een voorstel van Geert Bourgeois en Liesbeth Homans dat deel uitmaakt van het nieuw bestuursdecreet dat nu ter goedkeuring gaat naar het Vlaams Parlement. In dit krantenartikel werd tevens verwezen naar het witboek ‘Open en wendbare overheid’, een publicatie van juli 2017.

Bepaalde intenties van de Vlaamse overheid die in dit boekje vermeld staan zijn ook voor onze gemeente uiterst belangrijk. Vooral het hoofdstuk ‘Meerwaarde creëren door participatie’ trok mijn bijzondere aandacht. Om ook deze raad warm te maken voor de ideeën citeer ik er even 3 punten uit, met mijn verontschuldiging voor de ambtenarentaal waarin deze werden opgesteld :

‘Meerwaarde creëren door participatie

1/De overheid moet luisteren naar wat er leeft in de maatschappij en haar volledige be­leidsvoering zo interactief mogelijk opbouwen. Een interactieve aanpak wordt dus de norm. Zo komen we niet alleen tot een beter afgewogen beleidsvoering, maar creëren we ook meer draagvlak en verkrijgt de overheid meer legitimiteit in haar handelen. Iedere belanghebbende, van burger tot organisatie, moet de kans krijgen om zijn of haar stem te laten horen en mee na te denken over beleidsthema’s.

2/De beleidsvoering is interactief in alle fases van het beleidsproces als dat een maat­schappelijke meerwaarde genereert. Het beleid wordt gevoerd met inbreng van en in samenwerking met alle belanghebbenden. Interactieve beleidsvoering zorgt voor open­heid van beleidsprocessen, inbreng van informatie en kennis die bij de belanghebbenden aanwezig is, nieuwe ideeën en leermogelijkheden, externe gerichtheid van de overheid op de outcome van het beleid, maatschappelijk draagvlak, opbouw van vertrouwen, demo­cratische legitimiteit enzovoort. De wijze van interactie wordt bij de aanvang bepaald op basis van de eigenheid van het dossier door middel van een transparante procesplanning.

3/Er is een evenwicht tussen participatie en daadkracht. De overheid dient nog altijd het algemeen belang en is besluitvaardig. Participatie heeft als doelstelling om een meer­waarde te creëren voor de samenleving. De overheid creëert de randvoorwaarden die een goede participatie mogelijk maken en de inbreng van belanghebbenden naar waarde schatten. De belanghebbenden zorgen ervoor dat hun inbreng waarde heeft, door de kwaliteit en (bij organisaties met een representatieve rol) de gedragenheid ervan. Ook het proces van het debat op zich creëert een meerwaarde voor de samenleving, want samen bouwen aan gedeelde visies, engagementen en acties versterkt het vertrouwen in de overheid.’ Einde citaten

Ik raad de bestuursmeerderheid van onze gemeente aan om eens diep na te denken over deze wijze intenties. De toepassing ervan in de praktijk kan immers veel frustraties bij de Zoerselse burger voorkomen.

 

Punt A.10: Goedkeuring addenda bij de kaderovereenkomst en de architectuurovereenkomst voor PPS Zoersel voor het ontwerp en de bouw van de technische dienst op de site ‘Achterstraat’.
(opmerkingen Stan Meeussen)

Wij blijven erbij, dat men én de technische dienst én de bibliotheek in het Zonneputteke hadden kunnen renoveren en aanpassen aan de noden van deze tijd, voor véél minder geld dan hetgeen alles  nu zal kosten. Van de PPS toelichtings vergadering van verleden woensdag heb ik echt niet veel  gesnapt en ik denk niet de enige geweest te zijn die dat gevoel heeft.

Wat heb ik toch onthouden.
Er komt vloerverwarming, dat is een meerwaarde.
Er komt geen kelder, dat is een minwaarde, ik zou zelfs zeggen, een blunder.

Reden één is. Dat in de laagte van de Achterstraat de grond zo rot is als snot en vol drift zit. Uiteraard, want die oorspronkelijke laagvlakte is altijd het overstromingsgebied van de Achterstraatse beek geweest. Onze voorouders zouden daar nooit op bouwen, die waren wel slimmer.
Nu, als men daar toch wil op bouwen dan is een gesloten, ingekuipte constructie, bouwkundig stabieler dan een gewone fundatie. Zeker, zoals men nu professioneel kelders bouwt, die sterk genoeg zijn om de opwaartse druk te weerstaan en waterdicht zijn.

Reden twee is. Het is te duur zegt men.
Het is inderdaad een meerprijs maar men moet toch so wie so een fundatie steken die ook niet gratis is en als ge ziet dat we dan zo maar een extra etage meer krijgen in de grond, waar als bijkomend voordeel het nooit vriest en nooit te warm is, dan is dit een gemiste kans. Als men toch start met een nieuw project, ook al is het megalomaan en onverantwoord morsen met geld van de belastingbetaler, doe het met vooruitzicht op de lange termijn. Liefst langer dan één generatie en dan is dat iets meer geld goed geïnvesteerd. Als ge over de kop kunt moet ge in dit geval ook over de staart kunnen. Regeren is vooruitzien, maar eens te meer zal hier de kortzichtige gierigheid hier de lange termijn wijsheid bedriegen. Spijtig van de gemiste kans.

Het argument van niet centrale ligging is maar iets dat het bestuur bovenhaalt als het in hun kraam te pas komt, want als ik afstanden vergelijk met het politiecommissariaat in Brecht, waar dit argument dus geen rol speelde, valt de niet zo centrale ligging van het Zonneputteke nog best mee. Trouwens het verkeer van groot vervoer, dat een technische dienst onvermijdelijk met zich meebrengt kunnen we, ook in een steeds drukker wordende Achterstraat, missen als de pest.

Schepen K. Schryvers antwoordt op de verschillende tussenkomsten. De keuze van de locatie werd bepaald op moment van de aanpassing van het RUP. Het voorliggende ontwerp kwam tot stand in samenspraak met de medewerkers van openbare werken na diverse plaatsbezoeken aan andere gemeenten. Zo is het een functioneel gebouw geworden voor een moderne dienst openbare werken, toekomstgericht ingevuld. Het gebouw aan het Zonneputteke is nog in gebruik maar in afgeleefde staat, en het ombouwen vraagt een enorme investering. Bovendien heb je dan tijdelijk geen locatie, dus deze optie is eenvoudiger. De mobiliteit is een terechte bekommernis, op korte termijn gaan we verder met de studie en met de conclusies daarvan om het ontwerpdossier sterker te maken. Mobiliteit is nooit evident en altijd te bekijken en te bestuderen op eender welke locatie. Het niet voorzien van een kelder is een expliciete keuze omwille van de watergevoeligheid van het gebied. Bovendien maakt een kelder het project duurder. Daarenboven is dit geen vraag vanuit de dienst als nuttige ruimte. het ontwerp bevat nu voldoende ruimte en functionaliteit binnen de gemaakte inplanting. De warmtepomp wordt bestudeerd, maar is nog niet opgenomen omdat we de resultaten nog niet hebben. We doen die studie net omdat we het ernstig overwegen.

 

Punt A.11: Goedkeuring lastvoorwaarden en vaststelling wijze van gunning voor de aanpassingswerken aan de ventilatie in het gebouw De Vleugel.
(opmerkingen Stan Meeussen)

Uiteraard keuren wij die noodzakelijke aanpassingswerken mee goed. Maar eigenlijk is het toch wel erg dat het ventilatieconcept van een gebouw uit 2012 meen ik, nu al niet meer voldoet. Hoeveel jaar weet men dit al, want dit is niet van vandaag op morgen. Hier is destijds een zware inschattingsfout gebeurd en totaal geen rekening gehouden met de evolutie in de bevolking die op alle gebied haar consequenties heeft. Niet alleen op een schoolbevolking die stijgt, maar ook verkeer, woningnood enz.

Ik lees in de Gazet Van Antwerpen van 15 juni, dat in 2017 de Belgische bevolking met 53.982 personen gestegen is en de vooruitzichten zijn er niet naar dat dit stopt, ook niet in Zoersel. Hoe zou dat toch komen?

Hier weer eens,  zou ‘regeren vooruit zien moeten zijn’ of blijven we het houden, met alle nare gevolgen van dien, bij wat ooit een verwaand politiek sujet orakelde: “We zullen de problemen wel oplossen als ze er zijn”, gevolg, we zitten weer eens met de gebakken peren. Een goede huisvader, handelt zo niet en voorkomt de problemen.
Het bestuur heeft één troost onze hogere overheid doet het op dat punt niet beter.

 

Punt A.15: Retributiereglement op begraafplaatsen
(opmerkingen Jos van Dongen)

Artikel 1, §3 ‘250 euro voor opgraving’ is onvolledig en daardoor verwarrend
In het ‘Reglement begraafplaatsen’ (agendapunt A.16), artikel 47 pag. 9, § 3 en §4 lees ik:
§3 De kosten voor de toelating tot opgraving worden bepaald in het retributiereglement
§4 De kosten voor de opgraving vallen ten laste van de aanvrager

Beter is dus om in het retributiereglement te vermelden ‘250 euro voor toelating tot opgraving’

De tekst wordt aldus aangepast en door de voorzitter ter stemming voorgelegd.

 

 Punt A.16: Begraafplaatsreglement

In agendapunt A.15 (zie artikel 1 en 2 aldaar) wordt er een retributie voorzien voor asverstrooiing. Deze retributie is uitsluitend verschuldigd door ‘andere personen’ zoals die staan  vermeld in artikel 11§1 van dit begraafplaatsreglement. In §2 van ditzelfde artikel wordt de mogelijkheid van asverstrooiing echter niet vermeld.

Daarom het voorstel om op pagina 3, Artikel 11§2 een tekst toe te voegen na de tekst op de 2e lijn ‘de bijzetting van een asurne in een columbarium’: of de asverstrooiing op de strooiweide

De tekst wordt dan:
‘§2 De begraving van een stoffelijk overschot of de begraving van een asurne of de bijzetting van een asurne in een columbarium of de asverstrooiing op de strooiweide op de gemeentelijke begraafplaats of op de natuurbegraafplaats is ook mogelijk voor andere personen dan vermeld in §1. De kostprijs hiervoor wordt bepaald in een retributie-reglement.’

Na aanvaarding van deze aanpassing legt de voorzitter het agendapunt voor ter stemming.

 

Punt A.18: Jaarverslag 2017 van interlokale vereniging Sportregio Midden-Provincie
(opmerkingen Jos van Dongen)

Na de toelichting door schepen Luc Kennis moet ik onze mening wijzigen. Wij hadden de bedoeling om tegen te stemmen. In 2017 had immers slechts 1 persoon vanuit Zoersel de vergaderingen van deze vereniging bijgewoond, namelijk de voorzitter van de sportraad.  Ons besluit was dan ook ‘Laat ons dit circus eindelijk stopzetten’.

Na de toelichting door de schepen geven we dit nog een laatste kans. Wij zullen ons bij de stemming onthouden.

Opmerking Stan Meeussen:
Ik dacht dat de gemeente Brecht, meer bepaald op het domein De Merel, plannen had om daar een zwembad te maken.

Schepen Kennis antwoordt dat de gemeente Brecht niet wenste in te gaan op het voorstel van de gemeente Schilde.

 

Vragen tijdens vragenronde gemeenteraadsleden

Vragen en opmerkingen Stan Meeussen:

Alvorens mijn vraag te stellen, wil ik de gemeentelijke administratieve diensten bedanken voor hun inspanning om de recente lijst door te geven van die gemeenteraadsleden, die effectief een bestuurszitje hebben, met de daarbij horende zitpenning, in de intercommunales waar de gemeente bij aangesloten is.
De lijst die ik had/heb is deze van de genomineerden, wat aanleiding gaf tot het misverstand tussen Marc Somers en mij waarvoor ik me dan ook uitvoerig bij Marc voor wil verontschuldigen.

Nu. Heel die heisa was helemaal niet nodig geweest als de hier aanwezige gemeenteraadsleden eerlijk hun bestuurszitje hadden gemeld bij de administratie.
Blijkbaar kon één iemand dat wel. Namelijk ons aller OCMW- voorzitter Katrien.

Als gehaaid politica voorkwam zij alle commotie door spontaan en eerlijk haar mandaat aan te geven, en ze was ook zo genereus door te stellen dat ze haar zitpenning afstond. In het Oud Testament zou God, de steden sparen voor één rechtvaardige, het mocht niet zijn en Sodoma en Gomora gingen ten onder in het hemelvuur van solfer en pek. Luchtvervuiling was toen nog geen ‘hot item’. Mochten we nu nog in Bijbelse tijden leven, zou dank zij Katrien, als enig rechtschapen iemand in de Zoerselse bestuursmeerderheid, die Zoersel bestuursmeerderheid gespaard gebleven zijn.

Want bij onze andere afgevaardigden was het wel zwijgen dat ze zweetten. Maar iets anders nog en dat was misschien de reden dat er zo geheimzinnig werd gedaan. Er bestaat  zoiets als een decreet intergemeentelijke samenwerking van 6 juli 2001. Hierin vinden we artikel 53 terug en wat zegt dat?
“De op voordracht van de deelnemende gemeenten en provincies benoemde bestuurders brengen minstens tweemaal per jaar tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad of van de provincieraad die hen heeft voorgedragen, verslag over de uitoefening van hun mandaat en verstrekken toelichting bij het beleid van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.”

En nu mijn vraag. Wat gaat Zoersel doen om aan dit decreet te voldoen?

De burgemeester spreekt met klem tegen dat afgevaardigden hun mandaten niet spontaan zouden hebben te kennen gegeven, niemand heeft iets bewust verzwegen. U hebt gelijk dat genoemde artikel uit het decreet intergemeentelijke samenwerking moet worden nageleefd. We zullen dit organiseren.”