jan 242018
 

Gemeenteraad 23 januari 2018

 

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen)

Opmerkingen bij de notulen van 19 december 2017

Tijdens de vragenronde aan het einde van de vorige gemeenteraad stelde ik 4 vragen, waarop de diverse bevoegde schepenen hebben geantwoord. Spijtig genoeg heb ik toen deze antwoorden niet genoteerd omdat ik er, zo blijkt nu, onterecht van uitging dat onze secretaris deze antwoorden mee in zijn verslag zou opnemen zoals gebruikelijk. Dit laatste was echter niet het geval. In de notulen lees ik ‘De schepen van financiën, W. Govers, antwoordt hierop. De burgemeester antwoordt hierop.
De burgemeester antwoordt hierop. De schepen van sociale zaken, K. Schryvers, antwoordt hierop’

Vermits ik hierdoor niet meer precies weet wat deze mensen toen hebben verklaard en vermits ik niemand woorden in de mond wil leggen die niet door hen werden uitgesproken, stel ik voor dat ik een van volgende dagen even kom luisteren naar de geluidsopname die van deze vragenronde werd gemaakt. Zo kan deze peperdure installatie toch eindelijk haar nut eens bewijzen. Moest dit om een of andere reden niet mogelijk zijn, dan wil ik met plezier mijn vragen straks tijdens de vragenronde herhalen zodat ik de antwoorden correct kan noteren, of nog beter, dan zal ik ze schriftelijk stellen zodat ik binnen de maand een schriftelijk antwoord mag verwachten.

Artikel 7.4 van ons Huishoudelijk Reglement behandelt het Recht om vragen te stellen.
Er staat ‘Op deze mondelinge vragen zal ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord worden. Alle vragen van de raadsleden worden opgenomen in de notulen van de gemeenteraad.’

Om echter te vermijden dat de raadsleden daarna al deze vragen nog eens schriftelijk moeten stellen om een schriftelijk antwoord te krijgen, en voor een efficiënte en goede gang van zaken, verwacht ik van onze gemeenteraadsvoorzitter tijdens de volgende gemeenteraad een agendapunt tot aanpassing van het huishoudelijk reglement zodat een vergetelheid kan worden rechtgezet. In dit geval volstaat het om de laatste zin van de voorlaatste paragraaf van artikel 7.4 aan te vullen met de vermelding ‘en antwoorden van burgemeester en schepenen’ zodat de tekst wordt ‘Alle vragen van de raadsleden en antwoorden van burgemeester en schepenen worden opgenomen in de notulen van de gemeenteraad.’
Ik dank onze gemeenteraadsvoorzitter alvast voor haar inzet ter zake.

 

Gemeenteraad 23 januari 2018

Punt A.1: Goedkeuring van de aanpassing 4 van het meerjarenplan 2014- 2019 van het ocmw. (vragen en opmerkingen Stan Meeussen):
Ondanks het feit dat onze visie op het, door het Zoerselse ocmw gestuurde beleid, bijwijlen niet altijd gelijk loopt, gaan wij dit, omwille van billijkheidsredenen, toch mee goedkeuren. De taak van het ocmw is te nodig en te nobel, dat meningsverschillen in het beleid de zwaksten in onze samenleving, hen het recht zou ontnemen op een menswaardig bestaan.

Een bedenking.
De belegging om het serviceflatgebouw af te lossen in 2025 zal niet volstaan lees ik, wat betekent dat een rekening van 433.000 euro dan in de gemeentebus zal vallen.

En een vraag. Gaat het bestuur daar nu op anticiperen en maatregelen treffen of blijft men gewoon doorschuiven?

Schepen en ocmw-voorzitter, Katrien Schryvers, antwoordt dat het inderdaad het voornemen is van het bestuur om dit verder te bestuderen en te bepalen hoe we hierop kunnen anticiperen. Het is overigens ook zo dat de leasingmaatschappij Care Properties Invest ook een alternatief voorstel voor verwerving en kapitalisatie zal doen. Dit dossier wordt dus nog vervolgd de komende maanden en jaren.

Punt A.3: Belasting op tweede verblijven (vragen en opmerkingen Jos van Dongen):
Artikel 4: §2: Er staat ‘In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.’

In het volgend agendapunt dat handelt over de urbanisatiebelasting werd soortgelijke tekst aangepast als volgt ‘In geval van recht van vruchtgebruik, van erfpacht of opstal is de respectievelijk vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.’

Vraag: Zou het niet raadzaam zijn om de hoofdelijke aansprakelijkheid ook te vermelden in dit artikel 4 en eveneens in artikel 4 van agendapunt A.5 ‘belasting op onbebouwde gronden’?

Artikel 6: Bij punt 2 werd ‘verplaatsbare caravans’ toegevoegd. Dit moet hier terug worden verwijderd. Dit wordt immers reeds behandeld door punt 3.

De burgemeester antwoordt dat een eenvormige formulering de leesbaarheid ten goede komt, de voorgestelde aanpassingen zullen worden doorgevoerd.

Punt A.4: Urbanisatiebelasting (vragen en opmerkingen Stan Meeussen en Jos van Dongen)

A/ vragen en opmerkingen Stan Meeussen
Nog maar eens een bijkomende belasting die de Zoerselaar, aangesloten op het rioleringsnet niet verdient.

Destijds, verkocht de gemeente haar rioleringen of wat daar moest voor doorgaan aan Pidpa/ Hidrorio voor 9 miljoen euro. Tijdens de gemeenteraad van juni 2006 verklaarde de schepen van financiën: “Vanaf 1 januari 2006 zal de gemeente alle kosten dragen die Hidrorio aanrekent voor een aansluiting op het rioolnet.” Daarom waren wij van mening dat die 9 miljoen euro, in die zin goed besteed zouden worden en was voor ons de kous af.

In de loop van de volgende jaren steeg echter de drinkwaterprijs met de helft. Deze prijsverhoging is voor een deel het gevolg van de bovengemeentelijke sanerings- of zuiveringsbijdrage die ongeveer 25% van de factuur uitmaakt en die vroeger met een afzonderlijke factuur werd aangerekend.

Voor het overige deel van de prijsverhoging verwijzen wij naar een rapport van de SERV (Sociaal Economische Raad van Vlaanderen) waarin werd verklaard: “We moeten spijtig genoeg concluderen dat ook water veel duurder geworden is……..door de ingewikkelde regelgeving is de situatie in de watersector complex en ondoorzichtig…… Bovendien is er op dit ogenblik weinig markttoezicht.”

Uit die uitleg voelt ge dat Pidpa/Hidrorio zichzelf zeker niet tekort doet, integendeel. Pidpa levert maar liefst 93 politieke mandaten op die maandelijks een zitpenning ontvangen. Bovendien heeft Pidpa in 2015 met een eigen vermogen van 270 miljoen euro een winst gemaakt van 13.809.574 euro. Waarom gaat de gemeente daar haar riooltaks, pardon urbanisatiebelasting niet halen in plaats van de weerloze burger af te stropen.

Echt, wij waren toendertijd er eventjes van overtuigd dat die 9 miljoen volstonden om de gemeente haar geldhonger te stillen, voor de zoveelste keer zijn we naïef geweest want alle middelen zijn goed om de burger geld uit zijn zakken te schudden. Ook dus aan zaken waar ze in dit geval part noch deel meer aan hebben. Wij zullen dit dus niet goedkeuren.

B/ vraag Jos van Dongen
Vraag om toelichting bij artikel 7, punt4:
‘Er is een vrijstelling van belasting voor percelen waaraan geen aansluitingspunt aan de riolering is voorzien’. Wat wordt hiermee bedoeld? In welke gevallen wordt er geen aansluitpunt voorzien? Kan een eigenaar er voor kiezen om geen aansluiting te krijgen, bijvoorbeeld op een achterliggend perceel dat ook grenst aan een openbare weg?

De burgemeester verduidelijkt dat PIDPA oplegt waar en wie moet worden aangesloten. Als hieruit volgt dat er geen rioleringsaansluiting komt, dan is er inderdaad sprake van een vrijstelling van deze belasting.

De schepen van openbare werken, Luc Kennis, vult aan dat bij onbebouwde percelen er standaard een aansluiting DWA en RWA voor riolering wordt voorzien. PIDPA geeft advies en bij een verkaveling zal de drinkwatermaatschappij opleggen om aan te sluiten ofwel via een individuele behandeling of via afvalwater, of via gravitatie of het voorzien van een persleiding.

Punt A.5: Belasting op onbebouwde percelen  (vragen en opmerkingen Stan Meeussen en Jos van Dongen)

A/ vragen en opmerkingen Stan Meeussen
Uiteindelijk betaalt de eigenaar hierop ook reeds onroerende voorheffing, waarvan een heel groot stuk naar de gemeente gaat. Maar zegt men: “Overwegende dat het gemeentelijk aandeel in de onroerende voorheffing voor niet- bebouwde percelen ontoereikend is voor het onderhoud van wegen en grachten, openbare verlichting en andere nutsvoorzieningen,” besluit ik van de weersomstuit, dat dit wel toereikend is voor de bebouwde percelen en dan vraag ik me af waarom de staat van verschillende van onze wegen zo erbarmelijk is en persé het licht ’s nachts voor onze huizen uit moet. Nog iets. Nu dacht ik ook dat sinds de rioleringverkoop die grachten in woongebied voor HidroRio waren en niet meer voor de gemeente. Maar als ik mij daarin vergis, zeg het me, ik leer graag bij.

Ik lees ook het zinnetje: “de gemeente acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan”. Wat die speculatie betreft. Alles ondergaat de wet van vraag en aanbod. Als er evenveel patatten beschikbaar zijn, bij een steeds stijgende vraag, dan stijgt de prijs. Als er evenveel bouwgrond beschikbaar is bij een steeds toenemende vraag, doordat de bevolking alsmaar stijgt, dan stijgt de prijs. Zo simpel is dat en meer moet ge daar niet achter zoeken. Maar alles is goed om op een reeds bestaande ‘onroerende voorheffing belasting’, nog eens een extra belasting te heffen. Eenzelfde goed wordt dus twee keer belast en dat kan niet. Het is niet omdat mensen die door vererving, hard werken of geluk met de Lotto, gronden verworven hebben, daarvoor moeten gestraft worden.

In principe zouden wij tegen stemmen maar omdat er ook een clausule over vrijstellingen in staat, onthouden we ons.

Nog iets. Als mensen me over die belasting aanspreken, geef ik ze ook meteen een algemene raad, met pijn in het hart weliswaar, want hij gaat volledig in tegen mijn groene reflex. “Laat er niet spontaan bomen op groeien, houd het kaal, want later krijgt uw kleinkind dat daar wil bouwen so wie so nog eens een extra belasting in zijn nek gedraaid als het die opgeschoten bomen wil uit doen om te bouwen. En dat is dan de derde belasting.

Onze overheden van hoog tot laag, zijn echt voor niks verlegen om geld uit de mensen hun zakken te kloppen.

Raadslid Tania Kohlen maakt graag volgende nuancering bij de tussenkomst van raadslid Meeussen:
het kadastraal inkomen op een onbebouwd perceel is bijna nihil, de onroerende voorheffing bijgevolg ook.

B/vragen en opmerkingen Jos van Dongen
Artikel 4§2: zie opmerking bij punt A.3

Artikel 5 en artikel 6: Bij de opsomming wordt hier telkens melding gemaakt van een kavel.
In artikel 3 wordt een definitie gegeven van ‘een perceel’. Dit woord komt in de rest van het reglement niet meer voor. Dit is niet logisch. Logisch zou zijn dat in artikels 5 en 6 op alle plaatsen het woord ‘kavel’ wordt vervangen door ‘perceel’.

Artikel 7: Hier doet er zich naar mijn mening een probleem voor. Het artikel vermeldt dat bepaalde ‘verleende vrijstellingen slechts gelden gedurende vijf dienstjaren die volgen op de verwerving van het goed’. In vergelijking met de vorige gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2013 werd hier, bewust of onbewust, een deel van de oorspronkelijke tekst weggelaten. Het betreft het zinsdeel ‘of gedurende de vijf dienstjaren die volgen op de eerste heffing van de belasting waarvoor deze verordening aangenomen werd, indien het goed op dat ogenblik reeds verworven is.’

De eerste heffing vond plaats voor aanslagjaar 2014. 5 dienstjaren later is het 2019. Graag nadere toelichting waarom deze tekst hier werd aangepast. Dit is immers van belang voor alle mensen die voor aanslagjaar 2014 reeds over een goed beschikten dat op dit ogenblik nog steeds onbebouwd is.

De schepen van financiën, Wim Govers, antwoordt dat dit door de administratie nog wordt nog nagekeken en schriftelijk zal worden bevestigd hoe dit wordt toegepast.

Punt A.7: Reglement op leegstaande woningen en gebouwen (vragen en opmerkingen Jos van Dongen)
Voorstel: Artikel 2, 3°, b): toevoegen ‘of toezending via e-post’, zodat de tekst wordt ‘een afgifte of toezending via e-post tegen ontvangstbewijs’. Dat een toezending via e-post ook kan worden aanvaard, blijkt uit de tekst van het ‘Reglement op verwaarloosde gebouwen’ (agendapunt A.9) artikel 7,§4, tekst die ook nog aanpassingen nodig heeft, maar waar uitdrukkelijk staat vermeld , en ik citeer de tekst letterlijk, met de nog niet verbeterde fouten, ‘Bezwaarschriften die ingediend worden via e-mail krijgen een eveneens een ontvangstbevestiging toegestuurd’.

Artikel 4:
3° en 7°:  Handelen over dezelfde  ‘objectieve indicatie’, dus best één van beide schrappen en nummering aanpassen.
9°: indicatie ‘langdurig neergelaten rolluiken’. Wat is ‘langdurig’?  Oudere mensen gaan soms enkele maanden overwinteren in Spanje of Portugal. Glaswerk kan dan ernstig vervuild zijn, de tuin kan een verwilderde indruk geven, enz.

De tekst van de § onder deze lijst van ‘objectieve indicaties , en ik citeer de tekst,  ‘Wanneer aan één of meerdere van de hierboven vermelde criteria wordt voldaan, wordt het gebouw opgenomen op de inventaris’, einde citaat, gaat toch wel kort door de bocht. Beter zou zijn ‘ Wanneer aan één of meerdere van de hierboven vermelde criteria wordt voldaan bestaat de mogelijkheid dat het gebouw wordt opgenomen op de inventaris.’

Denk bijvoorbeeld ook aan indicatie 4° die luidt ‘het langdurig aanbieden van het gebouw of de woning als ‘te huur’ of ‘te koop’.  Er zijn vele woningen die aan deze indicatie voldoen en toch nog bewoond zijn.

Artikel 6§3 punt b): Vraag: Er staat: ‘Het beroepschrift is alleen onontvankelijk als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde’.

Wat wordt bedoeld met ‘uitgaat van’? Wat met een beroepschrift dat wordt ingediend door een vertegenwoordiger zonder schriftelijke machtiging of door een raadsman die niet ingeschreven is aan de balie? Misschien toch beter om aan punt b, voor het laatste woordje ‘of’ toe te voegen  ‘of van een persoon die optreedt met machtiging tot vertegenwoordiging of als raadsman zoals wordt vermeld in §1’

Artikel 7:
§1: ‘ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie wonen, omschreven in art. 2,6.’

In art.2,6 vind ik niets terug over de functie wonen. Ofwel is deze verwijzing foutief, ofwel wordt hier niet verwezen naar dit reglement maar wel naar een decreet (zelfde als in artikel 2, 6°?). In dat geval dient dit hier dan wel te worden vermeld.

  • 3, laatste zin: ‘Als datum van het bezwaar wordt de datum van de aangetekende zending gehanteerd’

Deze vermelding is onvolledig.  Het begrip ‘beveiligde zending’ wordt verward met het begrip ‘aangetekende zending’. Bovendien betreft het hier geen ‘bezwaar’, maar wel een ‘verzoek’.

Daarom mijn voorstel:
Als datum van het verzoek per aangetekende zending wordt de datum van de aangetekende zending gehanteerd.
Als datum van afgifte aan de registerbeheerder wordt de datum van ontvangstbevestiging gehanteerd.
Als datum van verzoek via e-post wordt de datum van ontvangstbevestiging gehanteerd.

Artikel 8:
Dit artikel heeft 2x de nummering §1.

Bijlage ‘Administratieve akte ‘

1/ Bladschikking is beneden alle peil.
2/ brievenbus: de vermelding  ‘ontbrekende’ brievenbus …ontbreekt
3/ ‘niet of gedeeltelijke bemeubeling’ wordt beter ‘niet of slechts gedeeltelijk bemeubeld’

In  de akte staat bovenaan ‘een gemachtigd ambtenaar van de gemeente Zoersel’ , onderaan dezelfde pagina staat ‘de gemeentelijke huisvestingsambtenaar’.  Dit schept verwarring.

Op de keerzijde van het document staat onderaan ‘Aan de houder van het zakelijk recht: Op basis van art. 2.2.7§2 beschikt u over 30 dagen …’. Waar komt deze verwijzing naar art. 2.2.7§2 vandaan? In ieder geval niet van dit reglement. Een correcte verwijzing zou handig zijn voor de houder van het zakelijk recht. 

De burgemeester reageert dat de indiening via e-mail zal worden toegevoegd. Het is vooral de huisvestingsambtenaar als gemachtigd ambtenaar. Wat betreft de opmerking naar de inschatting en het inroepen van het begrip ‘langdurig afwezig’ stelt zij dat de burger iets kan laten weten aan het bestuur of er kan andere info worden ingewonnen door de ambtenaar om onterechte inschrijving in het register en beroepen naderhand te vermijden. Het is alleszins de bedoeling bij de toepassing van het reglement om zeer zorgvuldig te werk te gaan en om de lijst uiteraard alleen te bestemmen voor daadwerkelijke leegstand.

De andere wijzigingen die raadslid van Dongen voorstelt, zullen met de administratie worden bekeken maar het is zo dat elke wijziging moet voldoen aan de bepalingen van
het decreet. We zullen alle voorstellen tot tekstaanpassing bestuderen aan de hand van uw bijdrage.

Het heffingsreglement bevat in punt 8 vrijstellingen die, indien ze van toepassing zijn maken dat deheffing niet verschuldigd is, zelfs al voldoet het gebouw wel aan de indicaties.
Vrijstellingen met 
betrekking tot het onroerend goed zelf, zijn ook zoals opgenomen in het reglement.

Punt A.8: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen (vragen en opmerkingen Jos van Dongen)
2 vragen:
1/ Artikel 3: ‘Indien een woning, gebouw, studio of appartement een tweede (derde of langer)  opeenvolgende termijn op de inventaris van leegstand staat  … ‘
Vraag: Wat is een termijn? 1 jaar, 2 jaar, 5 jaar …? Waar wordt dit vermeld?

2/ Artikel 4,§4,3°: Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld: De heffingsplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling.’
Vraag: Wat met ander langdurig verblijf bijvoorbeeld voor revalidatie in een revalidatie-instelling of bij familieleden of in een penitentiaire instelling?

De burgemeester antwoordt dat we dit artikel op die manier zullen uitbreiden.

Punt A.9: Reglement op verwaarloosde woningen en gebouwen (vragen en opmerkingen Jos van Dongen)
Eerst een algemene opmerking voor wat betreft het beoordelingssysteem op zich.
Artikel 1: Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit (technisch) verslag een eindscore opleveren van minimaal 12 punten. Dit gaat de richting uit van een tamelijk objectief systeem. De laatste indicatie plaatst echter deze objectiviteit op de helling. Er staat ‘16° andere indicaties die bij controlebezoeken kunnen vastgesteld worden’ en op de volgende lijn lees ik ‘Deze lijst is niet limitatief’. Hoeveel strafpunten er hier kunnen worden gegeven is niet duidelijk en het ganse ‘objectief’ systeem valt als een kaartenhuis in elkaar. Ik stel voor om deze 2 laatste lijnen te schrappen.

Artikel 1, 6°: Eerste 2 lijnen dienen hier te worden geschrapt. Dit is geen begripsomschrijving  en deze tekst hoort niet bij volgende 2 lijnen.

Artikel 6,§1: Voorstel om tekst te vervolledigen zoals bij agendapunt A.7, artikel 7§3, dus hier toevoegen:

‘Als datum van afgifte aan de registerbeheerder wordt de datum van ontvangstbevestiging gehanteerd.
Als datum van bezwaarschrift via e-post wordt de datum van ontvangstbevestiging gehanteerd’.

Artikel  7,in §1 de 2e§,2°: de tekst ‘met aangetekende zending worden ingediend ’ is foutief. Ook hier weer verwarring tussen ‘aangetekend’ en ‘beveiligd’.
2° moet dus worden ‘met een beveiligde zending worden ingediend.

In zelfde § onder 3° en op de daaropvolgende zin moet het woord ‘bezwaar’ telkens worden vervangen door ‘verzoek’. Ook in §4 dienen de nodige verbeteringen te worden aangebracht.

Dat de tekst in §2 foutief is, zoals reeds vermeld, blijkt duidelijk uit de eveneens vol fouten staande tekst van §4. Hierin worden immers de mogelijkheden tot afgifte aan de registerbeheerder en tot indienen via ‘e-mail’ uitdrukkelijk vermeld.

Voorstel tot verbeterde §4:
De indiener van het verzoekschrift met een aangetekende zending heeft het bewijs van de aangetekende zending. Verzoekschriften die worden afgegeven aan de registerbeheerder krijgen een ontvangstbevestiging. Verzoekschriften die worden ingediend via e-post krijgen eveneens een ontvangstbevestiging toegestuurd.

Artikel 8,§6: ‘De bezwaarinstantie … betekent zijn beslissing met een beveiligde zending.’
Opnieuw foutief. Nu moet het wel degelijk ‘aangetekende’ zending zijn.

Artikel 9: slotbepalingen
‘Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2018 na de goedkeuring door de gemeenteraad.’

Vraag: klopt dit? Dit is niet identiek met het  ‘reglement op leegstand’. Dat reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad (en heft bij inwerkingtreding het vorige reglement op).

De burgemeester repliceert dat de gehanteerde criteria in het ontwerpreglement dezelfde zijn als door Vlaanderen gebruikt toen ze zelf bevoegd waren. Het toelaten van andere indicaties lijkt geen probleem voor de objectiviteit indien ze voldoende worden gemotiveerd en aangetoond en uiteraard voor zover ze relevante informatie bijbrengen over het al dan niet bevinden van een gebouw in een verwaarloosde staat. Bovendien is het zo dat er voldoende garanties zijn om de vaststelling als verwaarloosd gebouw aan te vechten indien de registratie als dusdanig niet objectief of onredelijk is.
Verder stipt de burgemeester aan dat het nodig werd geacht om dit te behouden door het intergemeentelijke samenwerkingsverband als formulering in het reglement vermits er andere situaties zich kunnen voordoen dan wel een indicatie kunnen geven van verwaarlozing maar waar nu niet aan gedacht is bij het opstellen van de lijst. De voorstellen tot aanpassing van raadslid van Dongen zullen technisch worden overlopen en de tekst zal dienovereenkomstig worden aangepast indien wenselijk en wettelijk correct. De datum van inwerkingtreding wordt aangepast als volgt: ‘na goedkeuring door de gemeenteraad.’

Raadslid Constant Meeussen wil toch even kwijt dat zijn collega van Dongen de taak van de administratie doet door de teksten minutieus te redigeren en dat dit echt wel vaak gebeurt en nodig is.
Hij vraagt om te zorgen dat de teksten in orde zijn als ze worden geagendeerd op de gemeenteraad. Hij stelt dat er voldoende medewerkers zijn om dit behoorlijk te doen.

In de nasleep van de bespreking merkt raadslid van Dongen nog op dat in artikel 1 de punten 1° en 10° dezelfde zijn dus dat één van beiden moet worden geschrapt.

Punt A.10: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen (vragen en opmerkingen Jos van Dongen)
Artikel 4,§4,3°: Van de heffing zijn vrijgesteld: De heffingsplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling.

Vraag: Kan er ook vrijstelling voorzien worden voor mensen die na ziekenhuisopname een langdurige revalidatie moeten ondergaan?

De burgemeester stemt hier mee in.

Raadslid van Dongen stelt nog dat hij niet tegen de belasting op zich is maar wel tegen de mogelijkheid om af te wijken van het puntensysteem, aangezien zo, volgens hem, de beoogde
objectiviteit van de vaststelling en registratie verloren gaat.

Punt A.12: Goedkeuring concessieovereenkomst tussen gemeente en toneelkring WIK- Ziezo. (vragen en opmerkingen Stan Meeussen)
Geen bezwaar maar we willen toch horen of de tuin los staat van deze concessieovereenkomst en geen hinderpaal vormt om eventueel een zaal in de Markeytuin te bouwen.
Maar wat de overeenkomst met de gemeente betreft hebben we toch onze bedenkingen. De gemeente investeert eenmalig zo’n 30.000 euro en de W.I.K. legt er ongeveer hetzelfde bovenop.

Maar voor een periode van 25 jaar is voortaan alle verantwoordelijkheid voor de W.I.K. Voor de volgende 25 jaar trekt de gemeente haar handen terug en verwacht dat achteraf de W.I.K., de Markey in ‘een betere staat achter laat’ (art.2) dan de vereniging ze heeft bekomen. De gemeente spendeert dus over die 25 jaar iets meer dan 1000 euro per jaar en draagt er geen enkele last meer van.

De toneelzaal is inderdaad een goed alternatief voor de Blokskens, maar is dat alles aan culturele invulling, wat toch de wens was van de dame? In Lokaal van juni 2015 heb ik daarover van Luc Martens, burgemeester van Roeselare en voorzitter van de VVSG een interessant artikeltje gelezen over de 2,2 miljoen euro die de gemeente Zoersel puurde uit de nalatenschap van actrice Yolande Markey. Hier de commentaar van een onafhankelijk buitenstaander.
“Dat een gemeente een erfenis kan gebruiken om haar eigen financiële situatie te verstevigen, is eigenlijk ongezien. Meestal gaat zo’n erfenis vergezeld van de eis tot het opzetten van een fonds met een sociale of culturele doelstelling.”

De culturele doelstelling die volledig in haar testamentaire lijn zou gelegen zijn is, haar/ons cultureel centrum, parochiezaal, dorpszaal of hoe ge het noemen wilt,  bouwen met haar centen, in haar tuin. Niks meer of minder, dat zou pas echt stroken met haar wens in plaats van het aan zaken uit te geven die met cultuur niets te maken hebben.
En nu mijn vraag: “Waar is dat geld?”

De schepen van cultuur, Katrien Schryvers, antwoordt dat de tuin in de overeenkomst exclusief is voorbehouden aan de gemeente en dus geen enkel plan of activiteit hypothekeert. Verder is het zo dat in de voorbije periode de gemeente het initiatief nam om verschillende verenigingen te bevragen naar hun interesse in het gebruik van de villa Markey, maar er is geen andere vereniging bereid gevonden.
Tevens boog de werkgroep de Bijl zich over de bestemming voor de locatie, maar oordeelde dat deze te veraf gelegen is en onvoldoende bereikbaar. Nog belangrijk om aan te stippen is dat de
nalatenschap geen enkele voorwaarde stipuleerde voor de bestemming van de nalatenschap enkel de villa zelf. Het is die voorwaarde die ook wordt geformuleerd in de concessieovereenkomst, met name de culturele bestemming zonder meer. Luc Martens, voormalig voorzitter van VVSG, kent ons dossier niet, noch de precieze tekst van het legaat. Wij hebben als bestuur geprobeerd de gepaste invulling te geven. Wat de opmerking betreft rond de rest van de nalatenschap: wij bekijken als college het budget in zijn geheel, globaal, niet met aparte reservefondsen voor aparte acties want uiteindelijk komt dit geconsolideerd budgettair allemaal op zelfde neer, in de BBC doet de bron van de middelen er niet toe in het meerjarenplan.

Punt A.13:  Definitieve vaststelling RUP ‘Reservering binnengebieden in woongebied’. (opmerking Stan Meeussen)
Wat mij opvalt. ‘De verordening vermeldt onder artikel 28 dat bermen moeten gevrijwaard worden van alle mogelijke obstakels.”
Dit stond ook al in een Zoersel Magazine van 2014. Ik constateer enkel dat er op dat punt niks veranderd is.

De burgemeester stelt dat vrijgehouden bermen inderdaad een blijvende vraag zijn vanuit de gemeente en dat dit als door iedereen na te leven verplichting moet gerespecteerd worden en door het bestuur gehandhaafd, maar dit is echt een opdracht op lange termijn, de vaststellingen leren dat het gaat om een hardnekkig zeer.

De schepen onderhoud bermen, Danny Van De Velde, treedt de burgemeester bij en bevestigt dat er door de gemeente vele aanmaningen worden gestuurd naar overtreders die elementen aanbrengen in de bermen en dat deze aanmaningen niet vrijblijvend zijn, er wordt dus wel degelijk aan gewerkt door de gemeente.

Punt A.14: Definitieve vaststelling RUP ‘Gemeenschapsvoorzieningen Achterstraat’. (vragen en opmerkingen Stan Meeussen)
Voor ons blijft, mits renovatie die gegarandeerd veel minder zou kosten dan nieuwbouw, het Zonneputteke een geschikte locatie voor de technische dienst.

Trouwens. Als ge de ‘beleidsintenties 2007- 2012’ leest, dan staat daar in en ik citeer: “Site Zonneputteke: In het Zonneputteke zijn nu al heel wat functies gebundeld, zoals de bibliotheek, het jeugdhuis, de fuifruimte, de technische dienst, het cultureel centrum. Het bestuur wil de technische diensten daar volledig centraliseren. Dit zal de organisatie en de inzet van mensen en middelen heel wat vereenvoudigen.” Einde citaat. Toen lag het Zonneputteke nog centraal genoeg, nu ineens niet meer. En blijkbaar is de ene centrale ligging dan ook de andere weer niet, want voor de verhuis van het politiekantoor naar Brecht, was dat dus ineens weer géén argument.

Wat de verkeersveiligheid in de Achterstraat betreft. Het is daar al een drukke plaats aan het worden en hoe ge het draait of keert, een technische dienst brengt zwaar verkeer mee. Trouwens ook de Gecoro zegt: “Men is wel van oordeel dat dit niet de meest geschikte plaats is voor de realisatie van een gebouw voor de technische dienst.”

En dan wil ik het nog niet hebben over dit oorspronkelijk laag gelegen gebied als waterbufferbekken van de Achterstraatse beek, tussen de als dijken fungerende Medelaar en Hoge Dreef, wat nu tot een halve meter en meer zal opgehoogd worden.

Nochtans, in de Zoerselse Algemene Stedenbouwkundige Verordening, goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 juni 2017 lees ik dat: “Iedere aanvulling, ophoging of afgraving die de aard of de functie van het terrein wijzigt met minimum 10cm, is, een ‘Aanmerkelijke reliëfwijziging”.

Vermits deze RUP de verkeerde doelstellingen dient, zullen we hem niet goedkeuren.

Punt A.15: Definitieve beslissing afschaffing buurtweg nr. 73 tussen Heidehoeven en Medelaar. (vragen en opmerkingen Stan Meeussen)
In voorgaande gemeenteraad heb ik al omstandig uitgelegd waarom voor mij  heel die rompslomp niet moet gebeuren. Bij verkoop of overerving zet men gewoon op de notariële akte dat daar “een niet meer te gebruiken buurtweg nr. zoveel op ligt.” Kost niks. Wat is in de praktijk het verschil met de situatie voor en na? En wie draait op voor de kosten van dat gedoe?

De burgemeester reageert dat het niet volstaat niet voor het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning inzake een verzoek tot regularisatie van een bestaande toestand om te vermelden dat een buurtweg in onbruik is. De deputatie stelt als voorwaarde dat een ingetekende buurtweg op wettelijke wijze wordt afgeschaft. In dit dossier betaalt de gemeente de kosten, maar dit volgt uit een wettelijke opdracht omdat, anders, zoals gezegd, er geen mogelijkheid bestaat om de gevraagde vergunning tot regularisatie af te leveren, zoiets zou onbehoorlijk bestuur inhouden.

Raadslid Constant Meeussen informeert over welke wettelijke verplichting het hier gaat voor de gemeente.

De burgemeester antwoordt dat we indien gewenst de toepasselijke wetgeving zullen bezorgen.

Punt A.16: Definitieve beslissing tot afschaffing van buurtweg nr. 45 tussen Herentalsebaan en Graffendonk. (opmerking Stan Meeussen)
Hier ligt de situatie anders. Door het verschuiven en gedane grondafstand is deze weg fel verbeterd wat voor iedereen een meerwaarde is.

Punt A.17: Principebeslissing tot afschaffing van gedeelte buurtweg 32 tegen Heideweg. (opmerkingen Stan Meeussen)
In dit geval geen probleem omdat het de essentie niet raakt, de weg blijft.
Wat positief is, is dat ik voor de eerste keer hoor wie de kosten draagt.

Punt A.19 en A.20: Oproep tot kandidaatstelling voor het ambt van algemeen directeur en van financieel directeur met vaststelling van de bijhorende functiebeschrijvingen.

De voorzitter kondigt aan dat omwille van een onvoorziene vertraging bij de publicatie van het decreet in het Belgisch Staatsblad de bepalingen eruit nog niet uitvoerbaar zijn. Om die reden wordt de behandeling van dit agendapunt verdaagd naar een volgende zitting.

Raadslid Jos van Dongen heeft nog talrijke opmerkingen bij de tekst van de functiebeschrijving in bijlage aan het bundel en zal deze in voorbereiding van de nieuwe agendering en bespreking nog op voorhand bezorgen ter verwerking.

Punt A.21: Raamcontract universele postdiensten voor Vlaamse besturen (vragen en opmerkingen Jos van Dongen)
De uiterste indieningsdatum van de offertes was 8 januari 2018.
Vraag: Is het resultaat van de ingediende offertes al bekend en wat gaat Zoersel beslissen?

Schepen Wim Govers antwoordt dat bij zijn weten hiervan nog niets werd ontvangen, maar zegt dat het wordt nagevraagd.

Vragen tijdens vragenronde gemeenteraadsleden

Vragen en opmerkingen Jos van Dongen:

1/ In de nieuwsbrief van 19 januari lees ik ‘ Werken Medelaar: Door onvoorziene problemen tijdens de uitvoering van de werken zal fase 1 begin volgende week al worden afgesloten’ en ook ‘fase 2 wordt voorlopig voor onbepaalde duur uitgesteld’. Mijn vraag: Welke onvoorziene omstandigheden deden er zich voor?

De schepen van openbare werken, L. Kennis, antwoordt dat de diensten van EANDIS vaststelden tijdens de werken dat er onvoldoende plaats was voor de aan te leggen leidingen. Ze
zetten de werken stop om te bekijken hoe dit moet worden opgelost. Op voorhand werden blijkbaar niet genoeg sonderingen gedaan om zich van de situatie te vergewissen en ook de
vochtigheid en de gebrekkige staat van de riolering speelt parten en zorgt voor een risico op inzakking.

2/ Een 2-tal maanden geleden ontving ik van een buurtbewoner de melding dat de verlichting van de toegangsweg vanuit de Kasteeldreef naar het kasteel Hallehof (dit zijn 22 lichtpunten) ook ’s nachts blijven branden. Door computerproblemen is mij dit volledig ontgaan, maar op 9 januari kreeg ik opnieuw de melding dat al deze lichtpunten nog steeds de ganse nacht blijven branden. De vraag van de buurtbewoner en nu ook de mijne is: Waarom kan dit en gebeurt dit op die plaats wel en op andere plaatsen niet?

De schepen van energiebeheer, L. Kennis, antwoordt dat in het eerste stuk van park Hallehof er versleten en oude armaturen aanwezig zijn die alleen zonder sturing nog kunnen branden en dit, omwille van de veiligheid, met een tijdelijk bovengronds geïnstalleerde kabel. Dit is een noodoplossing, maar de offerte loopt om nieuwe gestuurde verlichting te plaatsen.

3/ Tip voor schepen voor dierenwelzijn, schepen die ik trouwens welgemeend een voorspoedig herstel toewens: In de ‘Bode van Schoten’ las ik dat de gemeente Schoten onlangs twee nieuwe hondenloopzones heeft geopend. Misschien kan hij ook daar zijn licht eens opsteken om ideeën op te doen.

Vragen en opmerkingen Stan Meeussen:

1/ Momenteel zijn er in de Hoge dreef drie bouwwerven bezig. Dat maakt dat camions, kranen en dergelijk van de aannemers, op de weg staan, dat kan nu eenmaal niet anders maar het maakt het er niet veiliger op. Ondertussen staan er ook nog de klassieke anti- tankversperringen, waardoor het potentieel van de weg en de manoevreerruimte voor de aannemer en de weggebruikers nog meer beperkt wordt. Is het niet mogelijk om hier voor één keer het gezond verstand te laten spreken en die bullen daar weg te halen?

2/ Tijdens de zitdagen voor de belastingen verleden jaar, lag dit door u burgemeester ondertekent briefje, waarin u verklaart dat de zitdagen voor de belastingen in 2018 afgeschaft worden, ge moet maar naar Turnhout, zegt u. Ik heb toen gevraagd om Turnhout te contacteren om te zeggen dat dit niet kan. Ik ben daarin trouwens niet alleen.

Men heeft de mond vol over dienstbetoon aan de burger wel maak het dan in de praktijk waar. Ik heb al enkele keren de vraag herhaald, hoe zit het er nu mee?

Telkens stuurt u mij en al de mensen die het ook aangaat, met een kluitje in het riet. Na de laatste keer verleden jaar heeft u mij gezegd, in januari. Wel het is januari, ik luister en met mij luisteren er nog velen mee en die willen nu eindelijk een serieus antwoord.

De burgemeester antwoordt dat de federale overheidsdienst financiën een nieuw systeem hanteert, en dat de gemeenten hierin geen keuze hebben. De FOD houdt wel nog zitdagen maar
met consultaties die enkel op afspraak te maken zijn via het onthaal van de gemeente waarbij de burger wordt geïnformeerd over alle documenten die hij moet meebrengen. Het onthaal
registreert de aanvragen voor 1 mei en geeft ze door aan de FOD en maakt dan een heel precieze planning met de toebedeelde tijdstippen. Uiteindelijk moet de burger niet langer
eindeloos wachten en is het in die optiek een verbetering van de dienstverlening. Het betreft een recent voorstel van de FOD, waar we als gemeente op hebben ingetekend. We zijn nu volop de
registratie en de afspraken aan het organiseren. Er moet enkel nog worden bepaald hoe we dit zullen communiceren.