nov 222017
 

Gemeenteraad 21 november 2017

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen)

Punt A. 1: Burgerinitiatief van OverHal over de nieuwe dorpszaal in Halle.
(opmerkingen door Stan Meeussen)

Een perfect gebrachte analyse van de geëngageerde groep burgers, die de ruimtelijke invulling in het dorp willen laten gebeuren op de meest praktische manier, met behoud van het historisch uitzicht en een maximum aan groen in de kern. Ik kan niet genoeg superlatieven bedenken om mijn lof te betuigen over dit professioneel gebracht werkstuk van het actiecomité, én dat, bovendien niet in het minste, volledig gratis. Waar vindt ge dat nog? Dat alleen al verdient een pluim.

Eigenlijk zou ons bestuur blij en dankbaar moeten zijn dat we zo’n groep onbaatzuchtige burgers, die het algemeen dorpsbelang centraal stellen, in ons midden hebben en die niet omwille van het smeer, de kandeleer likken zoals ons bestuur nu doet. Want we weten het, ons bestuur zit gehypnotiseerd als een konijn in de lichtbak te staren van het Europees geld, ook al weten we sinds de laatste gemeenteraad hierover één ding met zekerheid, dat we van niks zeker zijn.

Meer en meer kom ik tot de overtuiging dat, in combinatie met de projectontwikkelaar, de ingewijden van het bestuur, ons hebben willen wijs maken dat er maar één optie was om aan dat geld te geraken namelijk, de aanbouw van de parochiezaal aan de pastorij. Maar ik vind nergens terug waar SOLARISE dat hard maakt, waar oud en nieuw persé op dezelfde plaats moeten staan. Trouwens, ik zie ook niet goed in hoe een ‘futuristisch innovatief’,  project, gecombineerd gaat worden met het historische van de pastorij zonder dat te schaden en zeker niet zonder de pastorijtuin om zeep te helpen.

Wat het actiecomité betreft. Het bestaat niet uit een klein groepje zonderlingen want meer dan 500 betrokken burgers hebben hun nek uitgestoken door hun handtekening te zetten. Eer een Vlaming, Kempenaar dat durft, moet het al diep zitten, want onze volksaard is er nu eenmaal een, van de kop niet boven het maaiveld en de gevestigde macht zeker niet tegen de haren strijken, ge weet maar nooit dat ge ze nog eens zoudt kunnen nodig hebben. Met het hier voorliggend dossier van de actiegroep, roepen wij het gemeentebestuur dan ook op, als het een greintje eergevoel in zijn lijf heeft, open kaart te spelen, luisterbereidheid te tonen, open te staan voor inspraak en zo de dialoog aan te gaan.

Het is als door de voorzienigheid gezonden want in Lokaal, de uitgave van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, van deze maand lees ik een mooi stukje over ‘participatie’ dat kadert in hetgeen we nu meemaken. En ik wil u daaruit toch enkele rake waarheden niet onthouden, die hopelijk ons bestuur voor de toekomst tot nadenken zullen stemmen.

Luister. “Als gemeentebestuur moet je niet de pretentie hebben te denken dat je alles het beste weet of het beste kunt. De beste ideeën voor een gemeente komen vaak van de inwoners zelf.”

En nog een ander, een in enkele woorden alles zeggend citaat: “Er is niets zo contraproductief als inspraak organiseren over iets, dat eigenlijk al in kannen en kruiken is. Dan wek je valse hoop en valse verwachtingen, en die vliegen eerder vroeg dan laat als een boemerang terug in je gezicht.”.

Als toemaatje nog enkele regeltjes mij toegezonden door de dame, die geschoffeerd werd, toen zij een door de geburen gedragen petitie om ’s nachts het licht aan te laten, afgaf op de milieudienst. Excuses heeft ze niet gekregen in de door het bestuur naar haar toegezonden brief zegt ze. Ze bedankt mij voor het opvolgen maar haar bittere conclusie is hier ook, juist zoals de Halse actiegroep concludeert: “ ze doen toch hun goesting en luisteren zeker niet naar de bevolking.”

We vinden van onszelf dat we in heel wat zaken pilootgemeente zijn, maar wat ‘participatie’ betreft zullen we toch een tandje moeten bijsteken.
Ik besluit met de hoofdtitel van het, in die zin aansluitend artikel in datzelfde Lokaal: “Modern beleid niet zonder inbreng van de bewoners.”

 

Punt A. 2: Burgemeestersverklaring tegen kinderarmoede
(vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen)

Bij het lezen van de ‘Verklaring van Burgemeesters tegen kinderarmoede’ stel ik vast dat de intenties die hierin staan vermeld voor sommige steden in de Europese Unie, waaronder ongetwijfeld ook enkele steden in België, wel degelijk een stap vooruit kunnen betekenen. Wat Zoersel betreft zie ik echter niet in op welke manier de ondertekening van deze verklaring de kansarmoede voor kinderen uit Zoersel zou kunnen terugdringen. Alle in de verklaring opgesomde punten worden naar mijn mening in Zoersel reeds toegepast. Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee dat Zoersel deze verklaring zou ondertekenen, maar nogmaals, dit zal geen enkele bijdrage leveren tot oplossing van eventuele oorzaken van de stijging van de kansarmoede-index voor kinderen die in Zoersel verblijven.

De cijfers die ons ter beschikking worden gesteld moeten met een grote korrel zout worden genomen (tegenover 2013 een stijging van 300%, tegenover 2008 is er ‘slechts’ een stijging van 188% en bepaalde jaren van de reeks vertonen een daling van 50% vergeleken met de toestand enkele jaren vroeger. Dit enkel om toe te lichten dat in dit geval een vergelijking in procenten ons niets leert en ons bijgevolg niet vooruit kan helpen. Wat wel het geval is, is de vaststelling dat er blijkbaar de laatste jaren een constante stijgende tendens is.

In plaats van allerlei intentieverklaringen te ondertekenen zou het nuttiger zijn om actie te nemen en na te gaan hoe deze stijgende tendens kan worden verklaard.

Hoe werden deze percentages samengesteld? Welke numerieke cijfers zitten hier achter, dus, waar praten we hier over: 2 kinderen, 20 kinderen of 200 kinderen?

Hoe zijn deze cijfers verdeeld over de verschillende parameters die gebruikt werden om dit percentage van 4,9 % te berekenen? Kan de oorzaak van de stijging worden verklaard door een probleem in het kader van één van de parameters of zijn er meerdere parameters die hier nader moeten worden bekeken? Aan de hand van die gegevens wordt het pas mogelijk om op een zinvolle manier beleidsbeslissingen te nemen.

Ter info: Voor het Vlaams Gewest bedraagt de 2016 kansarmoede-index 12,82% of een stijging van 0,82 procentpunt tegenover het vorige jaar. Voor Zoersel bedraagt deze stijging 0,70 procentpunt.

 

Punt A.3: Interlokale Vereniging Woonbeleid Midden
(opmerking door Jos van Dongen)

Bij de oprichting van deze interlokale vereniging in april 2011 gaf onze Vlaams Belangfractie reeds uitvoerige toelichting waarom wij de deelname van Zoersel aan deze vereniging onmogelijk konden goedkeuren. Onze mening blijft nog steeds dezelfde en wij zullen vandaag de verlenging van deze overeenkomst niet mee goedkeuren.

Toch heb ik nog enkele vragen en opmerkingen.

1/ In artikel 5 van het besluit lees ik dat er 2 effectieve vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers worden aangeduid, waaronder ‘plaatsvervanger OCMW-raadslid Paul Van Wesenbeeck’. Persoonlijk heb ik niets tegen dit besluit, maar ik vrees, alhoewel dit in die zin vermeld staat op pagina 50 van de ‘Subsidieaanvraag’, dat dit niet in overeenstemming is met de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Het betreft hier een dubbele fout. Enerzijds is Paul noch gemeenteraadslid, noch burgemeester, noch schepen en anderzijds mag er slechts 1 afgevaardigde en 1 vervanger worden aangeduid.

Ik verwijs hierbij naar volgende teksten:
a) Statuten: Artikel 10, pagina 3, eerste § ‘Het beheer van de vereniging wordt toevertrouwd aan de stuurgroep die (= tikfout in originele tekst, er staat dat) is samengesteld uit één afgevaardigde van elke deelnemer, door de gemeente aan te wijzen onder de gemeenteraadsleden, de burgemeester of de schepenen. De leden dienen eveneens een plaatsvervanger aan te wijzen die de afgevaardigde vervangt bij afwezigheid.’

en, indien na het lezen van de statuten nog twijfel zou bestaan,

b) Huishoudelijk reglement stuurgroep: Artikel 1, pagina 1: ‘De stuurgroep is overeenkomstig artikel 10 van de statuten samengesteld uit 6 leden, voor te dragen door elk van de deelnemers. Elke deelnemer dient een plaatsvervanger aan te duiden (uit gemeenteraad, burgemeester of schepenen) die de afgevaardigde vervangt bij afwezigheid.’

De burgemeester erkent dat dit niet helemaal overeenstemt. Tot nu toe heeft er echter nog nooit iemand bezwaar tegen gehad of een probleem over gemaakt.

OCMW-voorzitter en schepen, K. Schryvers, die voorzitter is van de stuurgroep, zegt dat op de vergaderingen, vanuit elke gemeente, telkens iemand van de gemeente en iemand van het OCMW
(voorzitter of raadslid) aanwezig is.

Raadslid van Dongen zegt dat op blz. 50 van de subsidieaanvraag enkel voor Zoersel twee vertegenwoordigers staan vermeld.

OCMW-voorzitter en schepen, K. Schryvers, stelt dat er twee mogelijkheden zijn: ofwel wordt het agendapunt nu ter goedkeuring voorgelegd en wordt de gemeenteraad hieromtrent ingelicht, ofwel wordt het agendapunt uitgesteld en terug voorgelegd in december. De raad kiest unaniem voor uitstel.

 

Punt A.14: Splitsingsverzoek intergemeentelijke vereniging IKA
(vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen)

Dit splitsingsverzoek is samen met de inhoud van de volgende 2 agendapunten het gevolg van de beslissing tot opdoeken van Intermixt, beslissing die werd genomen zonder overleg met de gemeenten. Vandaag mogen de gemeenten kiezen voor ‘een voorstel’ zonder dat melding wordt gemaakt van andere mogelijke oplossingen of alternatieven. Integendeel, het huidige voorstel, dat  handelt over een operatie waarvan de marktwaarde op meer dan 1,33 miljard euro wordt geschat, ik herhaal meer dan 1 miljard 330 miljoen euro, is te nemen of te laten. In het hoofdstuk ‘Veelgestelde vragen luidt het antwoord op de vraag ‘Kan een stad of gemeente slechts akkoord gaan met een deel van de operatie?’ een vetgedrukte ‘Neen’. Het feit dat een dergelijke ingrijpende operatie, en dit zowel op organisatorisch als financieel vlak, van hogerhand wordt doorgedrukt zonder enige inspraak- of keuzemogelijkheid kunnen wij onmogelijk aanvaarden.

Bovendien blijkt, na raadpleging van een gerenommeerd econoom, dat bij het nemen van de beslissing de regels niet voor iedereen gelijk waren. Een gelijkaardige structuur van de Limburgse gemeenten, Nuhma, valt buiten deze operatie omdat die niet als intercommunale maar als cvba is georganiseerd. Ook gelijkaardige kleinere structuren vallen buiten het plan van de Vlaamse regering en konden zelf hun energieparticipaties blijven beheren.

Ook blijven nog een ganse reeks vragen onbeantwoord.
Wat met energiebesparende maatregelen zoals ‘verledding’ en isolatie?
Waar is de put van 2 miljard (put die het gevolg is van de Groene Stroom Certificaten) naar toe?
Wat met de berg Groene Stroom Certificaten die op ons afkomt.
Waarom maakt de fusie Eandis-Infrax tot Fluvius deel uit van dit ‘te nemen of te laten’ voorstel?
Hoe levensvatbaar is Zefier? De mogelijkheid van belangenvermenging en daardoor bevoordeling van de ‘grote spelers’ op de markt is niet uit te sluiten.

Om elk misverstand te vermijden nog een laatste opmerking.
Als Vlaams Belang zijn wij er vast van overtuigd dat de Vlaamse energiesector feilloos kan werken met minder mandaten, minder structuren en minder vergoedingen. Telkens waar mogelijk zullen wij hier aan meewerken en onze steun verlenen. Wat wij echter onmogelijk kunnen goedkeuren zijn beslissingen die boven de hoofden van de gemeenten worden genomen en ons, zoals bij de ganzen, door de strot worden geduwd. Even slikken en het is voorbij … totdat de gans wordt geslacht.

Wij zullen dit agendapunt dan ook niet goedkeuren.

 

Punt A.15: Intekening op kapitaalverhoging intergemeentelijke vereniging IKA
(vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen)

De kapitaalverhoging wordt georganiseerd om de namens de gemeenten aangehouden financieel vaste activa ook in de gemeentelijke boekhouding te kunnen opvolgen. Dit met uitkering van de overtollige reserves. Tegen deze acties op zich hebben wij geen bezwaar. Wel stellen wij ons hierbij een vraag.

Op het berekeningsblad lees ik ‘Wij raden aan de Belfiusleningen en de financieringen op het BNP Paribas CP programma vervroegd af te lossen.

Als ik de balans goed lees betreft het hier een bedrag van 756.879,09 euro dat vermeld staat onder de hoofding ‘Schulden < 1 jaar’. Daartegenover staat een te verwachten ontvangst van 554.491,00 euro, namelijk uitkering reserves: 364.447,13 en storting dividenden (in 2018 en deeltje in 2019): 190.043,87.

Het verschil tussen het nog af te lossen bedrag en de nog te verwachten ontvangsten bedraagt dus 202.388,09 euro. Daarom onze vraag ‘Hoe gaat de gemeente deze ontvangsten besteden? Wordt de raad van IKA opgevolgd en gaat men de Belfiuslening vervroegd aflossen?  Zo ja, waar zal de gemeente het geld halen (dus 202.388,09 euro) om het verschil te dempen? Zo neen, waar zal de gemeente deze ontvangsten (samen 554.491,00 euro) dan wel aan besteden?

De schepen van financiën, W. Govers, antwoordt dat hij dit kort heeft besproken met de financieel beheerder. Zij is geneigd om de lening niet vervroegd af te lossen. Hij zal dit verder met haar ten gronde bespreken en de raad er over inlichten.

 

Punt A.16: Statutenwijziging intergemeentelijke vereniging IVEKA en inkanteling van deel intergemeentelijke vereniging IKA in IVEKA
(opmerking door Jos van Dongen)

Zoals uiteengezet bij punt A.14 zullen wij ook dit agendapunt niet goedkeuren. Wel 1 opmerking: Tikfout in artikel 2 b: ‘vereniging Ivek’ moet zijn ‘vereniging Iveka’

 

Vragen vragenronde

Vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen:
1/ In de Gazet van Antwerpen las ik vandaag dat de gemeente Lille maandag een nieuwe hondenlosloopzone in gebruik heeft genomen. Het betreft een perceel bosgrond van 8 hectare groot.
Zelf bezit ik geen hond, maar ik weet via Facebook en via vragen van Zoerselaars dat ook hier nood is aan een losloopzone. Wat in Lille kan moet toch ook in Zoersel kunnen. Misschien is het nuttig dat het bestuur eens nagaat hoe men dit in Lille heeft aangepakt.

De schepen van dierenwelzijn, M. De Vos, stelt dat Zoersel hier momenteel mee bezig is, maar dat hij zich met veel plezier zal bevragen in Lille en hij dankt raadslid van Dongen voor de tip.

2/ De verslagen voor de gemeenteraadsleden die ter inzage staan vermeld op het intranet van de gemeente zijn blijkbaar niet bijgewerkt:

Laatste verslag Woon en Zorg Centrum De Buurt: 19/12/2016
Laatste verslag Politiecollege: 8/05/2017
Laatste verslag Politieraad:
29/06/2016
Laatste verslag Brandweerzone: 26/08/16. Bovendien zijn deze verslagen niet gerangschikt per datum, zodat men telkens de ganse lijst moet overlopen om te kijken of er nieuwe verslagen zijn toegevoegd.

Kan dit worden nagekeken en bijgewerkt waar nodig?

De burgemeester zegt dat de meest actuele verslagen op het intranet zullen worden geplaatst. Wel moet soms worden gewacht op de goedkeuring van het vorige verslag. Zij zegt dat dit zal
worden bekeken.

Vragen en opmerkingen van en door Stan Meeussen:

  1. Zitdagen belastingen? De vorige zitting is mij gezegd dat er ‘navraag’ zou gebeuren bij de belastingsdienst in Turnhout. Ik vraag hierbij, of dit al gebeurd is en, om niet alleen hierover navraag te doen, maar ook dat de gemeente, in het kader van dienstbetoon aan de burger, er zou op hameren, dat deze zitdagen moeten blijven.

    De burgemeester antwoordt dat de vraag wel degelijk werd gesteld aan de FOD Financiën, maar dat een beslissing hierover door de FOD pas in de loop van januari 2018 zal worden
    genomen.

  2. Herstellingswerken in de Kwade straat. Hierover heb ik enkele bedenkingen.
    Vermits ik elke dag door die straat rijd, heb ik de werken van dichtbij kunnen volgen. Waar de betonplaten uitgebroken werden, werd nieuwe beton gestort zonder de bedding, de fundatie van de weg, te verstevigen. Zoals een huis op ‘den harde’ moet staan, heeft een weg een dragende ondergrond nodig. De Romeinen wisten dat al bij de aanleg van hun heirbanen. Een onstabiele of onderuit gespoelde bedding was nu juist de reden dat stukken plaat verzakten en afbraken én dus zal het euvel zich in de toekomst op korte of lange termijn herhalen. Sinds het weekend is het herstelde baanvak terug open en nog mensen met mij zeggen, dat voor hetgeen dat die werken gekost hebben, het rijcomfort niet noemenswaardig verbeterd is.

    De schepen van openbare werken, L. Kennis, antwoordt dat er in de Kwadestraat, net zoals in de Sint-Antoniusbaan, herstellingen werden uitgevoerd. Het budget liet niet toe om de
    Kwadestraat helemaal te vernieuwen, daarom werden er enkel herstellingen uitgevoerd. Voor de Sint-Antoniusbaan werden er subsidies bekomen van VMM zodat er rioleringen kunnen
    worden gepland, vanaf de K. Uytroevenlaan tot aan de Populierenlaan. Dit betekent dat dit stuk dan helemaal zal worden opgebroken en er een nieuw fietspad en een nieuwe rijbaan zal
    worden aangelegd. Het zou dan ook dom zijn om nu een heel nieuwe baan aan te leggen. Aangezien de Kwadestraat een verbindingsstraat is, worden er nu herstellingen uitgevoerd.
    Het schepencollege zal later bekijken hoe dit verder kan worden aangepakt.