okt 182017
 

Gemeenteraad 17 oktober 2017

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen; antwoorden van schepenen worden toegevoegd zodra de notulen werden goedgekeurd)

Punt A. 3: Voorlopige vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Gemeenschapsvoorzieningen Achterstraat – derde herziening’.
(vragen en opmerking van en door Stan Meeussen)

Deze RUP kadert in het overplaatsen van de technische dienst van het Zonneputteke in Zoersel naar de Achterstraat in St. Antonius want: “hij bevindt zich aan de rand van de gemeente” lezen we.

Ja, wat wilt ge? Dit vloeit nu eenmaal voort uit de aard van de zaak of is het de draak die de fusiegemeente Zoersel is. Zoersel is een ster met drie punten, met op elk punt een deelgemeente. Behalve het bos, zal er in Zoersel nooit iets centraal liggen. De aan de rand liggende technische dienst in Zoersel zal nu min of meer vergelijkbaar aan de rand in St. Antonius komen te liggen. Wat is het verschil tussen van Zoersel naar St. Antonius rijden of van St. Antonius naar Zoersel?

Wat lezen we verder: “De diensten aan het Zonneputteke zijn sterk verouderd”.
Inderdaad, wat houdt de gemeente tegen om te renoveren? Alleszins stukken goedkoper dan volledig spiksplinternieuw te bouwen zoals men met de bibliotheek gedaan heeft. En als het over betonrot zou gaan. Zelfs zonder kathodische bescherming, durf ik te zeggen dat zelfs de jongste die hier binnen zit het niet zou meemaken dat het Zonneputteke inviel. Als men de Boerentoren, die toch een pak ouder is, via kathodische bescherming op die manier van een levensverzekering heeft kunnen voorzien, moest dat hier ook gekund hebben, helaas. En dus gaat men naar de waterzieke gronden vol drift aan de Achterstraat – Achterstraatse loop.

Tot na de tweede wereldoorlog had de zuidkant van de Achterstraatse loop de functie van ‘uiterwaard’ of ‘waterbuffergebied’. In dit laag gelegen gebied (waar in de loop der jaren na de oorlog, camions grond werden in gekapt, liep/ loopt in het midden als een dijk de ‘Hoge Dreef’. Het woord ‘hoge’ in deze straatnaam staat daar niet toevallig, de mensen vroeger waren in het geven van straatnamen blijkbaar iets inventiever dan nu.

In het dossier van IGEAN (47 bladzijden dik) lees ik dat: “Het gebied ten zuiden van de Achterstraatse loop wordt aangeduid als mogelijk overstromingsgevoelig, zelfs effectief overstromingsgevoelig.” “Enkel in de zone voor gemeenschapsvoorzieningen is bebouwing mogelijk.” Dit zijn de feiten maar het RUP moet ten allen prijze verkocht worden en daarom begint men, met wat eufemistisch taalgebruik, de boel te relativeren met uitspraken dat als: “de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van toepassing is er geen schadelijk effect op de waterhuishouding wordt veroorzaakt door de voorziene projecten.” Oef.

Wel, wij hopen dat ook want met deze RUP zien wij in de Rubriek ‘Ruimteboekhouding’ dat de totale oppervlakte daar van Park- en Natuurgebied herleid wordt van 13.679m2 naar 5.504m2. Voor sommigen is dat misschien niet de moeite, noch van belang, voor het Vlaams Belang wel.

Wat de verkeersdrukte door de inplanting van de technische dienst betreft. In het rapport stelt men dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Op zich misschien niet maar het is daar so wie so al druk en in een emmer die vol is, is een druppel voldoende om hem te laten overlopen.

Na deze analyse en de mogelijkheid die er is om de technische dienst te houden waar hij is, houden wij het bij RUP 2 en gaan wij niet mee in RUP 3.

De burgemeester antwoordt dat de locatie aan de Achterstraat toch veel centraler is voor de drie deelgemeenten. Er zullen heel wat minder kilometers moeten worden gereden. Over het ‘restaureren van het Zonneputteke’ zegt zij dat het een zeer milieuonvriendelijk gebouw is, dat bovendien is gelegen in woongebied, dat voor ‘wonen’ kan worden ontwikkeld. Wat de watergesteldheid betreft, werd er gesteld dat het gebouw daar kan worden opgericht. Er is inderdaad een verkleining van het parkgebied, maar het natuurgebied blijft toch even groot.

Raadslid Meeussen zegt nog dat hij het Zonneputteke heeft gaan bekijken en dat hij, met zijn ervaring inzake de toestand van gebouwen, kan stellen dat een restauratie ervan mogelijk is.

 

Punt A. 6: Goedkeuring van een aanvullend politiereglement tot beperking van het gewicht in beladen toestand van de voertuigen in de Krekelenberg.
(vragen en opmerking van en door Stan Meeussen)

Nu, toevallig kom ik vanaf half september door omstandigheden, regelmatig in de Krekelenberg en door het feit van dit agendapunt heb ik de verkeerstrafiek daar extra opgevolgd.

Nu is het zwaar vervoer dat daar passeert in vergelijking met wat er door Zoerseldorp davert te verwaarlozen, ik beklaag de mensen trouwens die daar wonen en slapen. Daarom zou ik zelfs durven zeggen, elke camion die door een kortere weg het rustiger houdt in het dorp is meegenomen voor die sukkelaars daar. Verdeel de last.

Is het daar dan niet gevaarlijk voor de zwakke weggebruiker?
Zeker en vast maar dat is niet de schuld van de automobilist in het algemeen maar de verpletterende verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur dat destijds een weg heeft laten aanleggen die vol asverschuivingen zit. Hierdoor komt de fietser telkens in de dode hoek van het voertuig wat tot levensgevaarlijke situaties leidt. Op zulke wegen moet men zeker(en dat had bij de aanleg gekund als men een gewone doorlopende weg had aangelegd) een fietspad naast leggen. Welk satanisch genoegen kan men er toch in scheppen om mensen als obstakel tegen elkaar uit te spelen? Het toppunt is dat men op bepaalde punten in het midden van de weg een soort van bordes heeft aangelegd waarop men dan nog een paar bomen heeft geplant. Waarom? Het staat links en rechts vol bomen op twee meer of minder steekt het dan toch niet! Ik wil ook niet de morele verantwoordelijkheid dragen, nu ’s nachts het licht niet meer mag branden, dat iemand zich daar op een donkere herfstnacht met bamisweer, te pletter rijdt op zo’n boom in het midden van de weg.

Mijn analyse van deze weg is na wat ik daar gezien heb, dat het een miskleun is en dat ge al bijna een sadist moet zijn om zulke wegen te ontwerpen en/of laten aanleggen. Als deze weg van het begin af aan rationeel was aangelegd, had dit vandaag niet op de gemeenteraad moeten komen. Hoe kan men hier als verantwoordelijke schepen voor mobiliteit iets fatsoenlijks van maken? Ah ja, verbieden, dat is het gemakkelijkst. Eerst maakt ge iets dat op niksen trekt en als het dan een fiasco blijkt te zijn begint ge maar te verbieden. Nu, gedane zaken nemen geen keer, maar men kan al beginnen met de bomen en dat bordes in het midden van de weg, weg te halen en proberen of er naast de weg toch geen rudimentair fietspad kan aangelegd worden, beter iets dan niets.

Dit verhaal bewijst nogmaals het belang van aparte fietspaden en het behoud van buurtwegen en kerkpaddekes. Ik wil hier daarom de schepen feliciteren die voor het onderhoud ervan verantwoordelijk is, want ik heb ze er in jaren, in het algemeen genomen toch, nog nooit zo goed weten bijliggen. Als ’t goed is zeggen we het ook.

Wij zullen ons bij dit agendapunt onthouden om op die manier toch een signaal te geven aan het bestuur in afwachting van een structurele en definitieve oplossing daar.

Schepen Van de Velde stelt dat de Krekelenberg toch niet te vergelijken is met Zoerseldorp. De Krekelenberg is namelijk een sluikweg, daar waar Zoerseldorp een verbindingsweg is. Volgens hem zouden asverschuivingen ook niet nodig zijn als iedereen zich zou houden aan de opgelegde snelheidsbeperkingen. Hij hoopt dat de tonnagebeperking in de toekomst toch de veiligheid van de fietsers zal verhogen.

 

Punt A.7: Uniform begraafplaatsreglement
(vragen en opmerking van en door Jos van Dongen)
Pagina 3, artikel 11§3 handelt over begraving zonder toepassing van het retributiereglement van niet-inwoners van wie een bijzondere band met de gemeente kan aangetoond worden.

Voorstel om aan tekst toe te voegen ‘of kan begraven worden op de natuurbegraafplaats’. Deze mogelijkheid wordt in de tekst (nog) niet voorzien.

Pagina 6, artikel 25§3 handelt over begraven van assen van overledenen.

Voorstel om na de tekst ‘in het daartoe voorziene urnenveld’ toe te voegen ‘of worden begraven op de voorziene natuurbegraafplaats’ en na de tekst ‘kunnen verstrooid worden op de strooiweide’ toe te voegen ‘of op de natuurbegraafplaats’

Pagina 10, artikel 59 (nieuwe nummering): Hierin wordt verwezen naar hoofdstuk 5 artikel 53 (ter vervanging van het oud nummer 51). Dit is fout. Artikel 51 werd vervangen door artikel 54.

Pagina 12: Hoofdstuk 8: Tekst heeft geen artikelnummer. Voor de eenvormigheid met de rest van het reglement zou dit best artikel 70 worden en bijgevolg worden de slotbepalingen dan artikel 71.

Schepen Van de Velde zegt dat de voorgestelde aanpassingen zullen gebeuren, waar nodig.

(vraag Stan Meeussen)
“Wij hebben hier uiteraard geen probleem mee, maar ik heb hier toch een vraag over. Deze zone wordt dus ‘herbestemd’ voor dit doeleinde. Moeten wij dan geen toelating krijgen van Natuur- en Bos? Moet daar dan geen aanpassing komen van het RUP? Wil het bestuur, hier en nu, garanderen dat deze beslissing een mogelijke plaatsing van een gebouw, eventueel dorpszaal aan de Markey villa, niet hypothekeert?”

Schepen Van de Velde antwoordt dat een eventuele dorpszaal op de Markey-site zeker niet in de boszone achter de villa zou komen.

 

Punt A.8: Aanduiding percelen bosgrond als natuurbegraafplaats
(vragen en opmerking van en door Jos van Dongen)

Begraving gebeurt in een biologisch afbreekbare urne met in het deksel eventueel een stekje of zaadje van een inheemse boom. Hier kan in de toekomst een herdenkingsbos ontstaan.

Vraag: Kan dit stekje of zaadje van een inheemse boom naar keuze zijn of kan dit bijvoorbeeld worden bepaald door het schepencollege? Een bos met alle soorten inheemse bomen door mekaar lijkt mij persoonlijk niet zo een goed idee en het rooien van bomen die niet passen bij het geheel lijkt me niet te getuigen van respect voor de nabestaanden die de bomen hebben geplant.

Schepen D. Van de Velde antwoordt dat het niet aan het schepencollege is om de boomsoort te gaan bepalen.

Schepen K. Schryvers zegt dat de begrafenisondernemers die afbreekbare urnen aanbieden en dat de gemeente de mogelijkheid biedt tot een asverstrooiing of een begraving in een dergelijke urne in de vrije natuur, op publiek domein. Er wordt wel niet direct een massa aanvragen verwacht, maar men wil de mensen de kans geven om voor deze mogelijkheid te kiezen.

 

 

Punt A.9: Dienstvrijstelling van maximaal 6 dagen voor statutaire personeelsleden om hun taken en opdrachten als pleegouder te vervullen.
(vragen en opmerking van en door Jos van Dongen)

Persoonlijk heb ik de indruk dat een dienstvrijstelling van maximaal 6 dagen nogal veel is, maar ik beschik niet over de nodige ervaring op dit gebied om dit objectief te kunnen beoordelen. Ik zal dit punt dan ook mee goedkeuren.

Anderzijds vind ik de opgesomde specifieke gebeurtenissen die zich moeten voordoen om van de dienstvrijstelling gebruik te kunnen maken te beperkt. Er kunnen zich toch toestanden voordoen die snelle actie van een pleegouder noodzakelijk maken, zonder dat daarvoor op een of ander document of attest kan worden gewacht. In uitzonderlijke gevallen moet het toch kunnen dat de secretaris of zijn vervanger met onmiddellijke ingang dienstvrijstelling verleent. Ik denk hier bijvoorbeeld, maar er zijn ongetwijfeld nog vele andere dringende situaties,  wanneer blijkt dat het kind van huis of van school is weggelopen. Of gelden daarvoor reeds andere vrijstellingen?

Schepen Schryvers antwoordt dat het de bedoeling is om een analogie te maken met de reglementering voor de contractuele personeelsleden. Ze zegt ook dat men momenteel bezig is om dit ook te voorzien voor de statutaire personeelsleden van de Vlaamse overheid. Het aangehaalde voorbeeld van kinderen die van huis of van school weglopen, heeft niets met pleegzorg te maken.
Waar het om gaat, is de extra-inspanning die pleegouders moeten doen bij een oproep van de rechtbank, waar anders verlof moet worden voor opgenomen. Het is best dat er een symmetrie is tussen contractuele en statutaire personeelsleden.

Raadslid Somers zegt, n.a.v. de bemerking van raadslid van Dongen, dat zes dagen wel snel zijn opgebruikt zodat mensen dan aan hun gewone verlofdagen moeten zitten, en dat daarvan dan ook weer de andere kinderen het slachtoffer zijn.

 

Punt A.10: Schoolreglement
(vragen en opmerking van en door Jos van Dongen)

Met uitzondering van de pagina’s 2 en 3 gaan wij akkoord met de bepalingen van het schoolreglement. Wel 1 opmerking. Hoofdstuk 10 handelt over onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs. Persoonlijk vraag ik me wel af of er naast de ingewikkelde en loodzware procedures die daar vermeld staan, er geen snellere hulp kan geboden worden aan leerlingen waarvan de gezondheidstoestand het toelaat. Waarom pas actie na 22 kalenderdagen of 4 weken? Via de huidige elektronische snelweg moeten er toch andere mogelijkheden zijn om leerlingen met de klas te verbinden?

Wat betreft pagina’s 2 en 3, pagina’s die handelen over ‘Beginselverklaring neutraliteit van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs, heb ik reeds vorig jaar tijdens de gemeenteraad van 27 september 2016 het standpunt van Vlaams Belang toegelicht. Tijdens die gemeenteraad werd deze beginselverklaring als een afzonderlijk agendapunt ter stemming voorgelegd. Wij keurden dit punt niet goed en gaven volgende verklaring:

“Vlaams Belang heeft uiteraard geen probleem met het principe dat onderwijs politiek neutraal moet zijn. Ook een versterkte samenwerking tussen openbare onderwijsverstrekkers om aldus bijvoorbeeld een project tegen pesten tot een goed einde te brengen krijgt onze steun.

Wel hebben wij onze bedenkingen bij de vermeldingen die het zogenaamde wereldburgerschap en de bejubelde multiculturele samenleving promoten. Na onderzoek naar de haalbaarheid van één publiek net, na het ballonnetje over de afschaffing van de levensbeschouwelijke vakken over alle netten om deze te vervangen door een eenheidsvak krijgen we nu deze ‘Beginselverklaring neutraliteit’ die de interlevensbeschouwelijke dialoog komt verheerlijken. 

Wij hebben geen probleem met dialoog op zich, maar vrezen dat dit gegeven onder andere zal misbruikt worden om bijvoorbeeld te proclameren dat de Islam een plaats heeft in onze maatschappij. Zoals u allen weet, zullen en kunnen wij met een dergelijke visie nooit akkoord gaan. Wij zullen dit agendapunt dan ook niet goedkeuren.”

Inmiddels is er niets gewijzigd, noch aan de tekst, noch aan ons standpunt. Wij vragen dan ook een afzonderlijke stemming over de beginselverklaring. Indien dit niet mogelijk is blijft ons geen andere keuze dan het volledige schoolreglement af te keuren.

De burgmeester zegt dat OVSG (het Onderwijssecretariaat van de Vlaamse Steden en Gemeenten) voorstelt om de neutraliteitsverklaring op te nemen in het schoolreglement en dat het schepencollege hier ook achter staat. Waar raadslid van Dongen stelt niet achter de bepaling omtrent het wereldburgerschap te kunnen staan, verwijst zij naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ook het Islamonderwijs wordt begrepen onder wereldburgerschap.

 

Punt A.11: Samenwerkingsovereenkomst ‘regionaal Wijk-werk initiatief’
(vragen en opmerking van en door Jos van Dongen)

Vragen bij de samenwerkingsovereenkomst:
1/ Pag. 2, artikel 3.1: ‘Er wordt een Wijk-werk consulent toebedeeld a rato van het aantal PWA-cheques geregistreerd in werkingsjaar 2017’. Werd al nagegaan wat het vermoedelijk aandeel van Zoersel zal zijn bij de verdeling van de beschikbare arbeidstijd van de consulent? Met andere woorden, heeft men al enig idee hoeveel uren per week/maand deze persoon voor Zoersel zal werken? Hoe is de verdeling wanneer men rekening houdt met de cijfers van 2016, die toch wel beschikbaar moeten zijn, en hoe is de verdeling wanneer de cijfers van 2017 tot vandaag bekijkt?

2/ Pagina 4, artikel5, voorlaatste §: ‘Behoudens een andersluidende en bij deze overeenkomst gevoegde contractuele afspraak tussen deze partijen zal het negatieve saldo forfaitair door de participerende besturen gedragen worden.’ Vraag: Is er in dit geval een andersluidende contractuele afspraak, en zo ja welke? Indien niet, hoe bepaalt men dan het forfaitaire bedrag?

3/ Pagina 4, artikel 6, laatste §: Een partij die voortijdig uit de overeenkomst treedt is gehouden tot de betaling van een te bepalen vergoeding om de hierdoor oplopende kosten te betalen. Vraag: Hoe wordt deze vergoeding dan ‘bepaald’?

Schepen Schryvers antwoordt dat het aantal cheques (27.000) het aantal is voor de vijf gemeenten, zonder Schelle. Zij zegt de juiste verdeling tussen de gemeenten, en het verschil tussen de jaren 2016 en 2017 niet te kennen. Dit kan worden meegedeeld. Er is geen andersluidende contractuele afspraak. Als dit in de toekomst toch nodig zou blijken, dan zullen de gemeenten van het samenwerkingsverband zich hierover moeten uitspreken. Met 7,45 euro als waarde voor de wijkwerkcheque, wat trouwens het hoogste bedrag is, wordt de globale kost gedekt. Er is niets bepaald over een eventuele uittreding. Daar zou in de toekomst mee naar de gemeenteraad kunnen worden gekomen.

 

Bijkomend agendapunt BP.1: Onderhoudswerken aan betonwegen jaar 2017
(vragen en opmerking van en door Stan Meeussen)

Wat betreft de herstellingen aan de St. Antoniusbaan en Voorne, volledig akkoord.
Wat betreft de herstellingen aan de Kwadestraat heb ik volgende bedenkingen:

De Kwade straat is één van de vele straten die in slechte staat verkeren (ik zal het wel weten want ik rij er elke dag over) en dan moet men prioriteiten stellen.
Maar waarom staat de Kwadestraat niet op mijn prioriteitenlijst?
Van hetgeen de mensen langs de St. Antoniusbaan meemaken van geluidshinder en gedaver heeft hier niemand last, want er woont hier niemand. Fietsers en voetgangers hebben hier het alternatief van het Kikkerpaddeke, de Medelaar en de Kleine Medelaar. Daarom is het feit dat de weg er slecht bijligt in dit geval misschien juist wel een meerwaarde. Het tempert de snelheid zonder dat men kostelijke ambetante obstakels, kunstmatige hulten en bulten, hobbels en bobbels moet plaatsen of aanleggen. Wat wilt ge nog meer?

Daarom heb ik volgende vragen:
1/ Wat is de totale kostprijs van deze werkzaamheden in de Kwadestraat (prijs die hiervoor was voorzien in het oorspronkelijk bestek, verhoogd met de prijs van de bijkomende werkzaamheden)?
2/ Waarom werd beslist om enkele platen te vervangen, kon hier geen herstelling worden uitgevoerd?
3/ Wat is er mis met de voegvullingen van de scheuren in verschillende platen, waarom dienen die nu plots te worden vernieuwd?

Er zijn hier in Zoersel wel ander plaatsen waar wegherstellingen eerder nodig zijn, om over de fietspaden maar te zwijgen. Rijd onder andere maar eens langs de Lindedreef. In de gemeenteraad van 24 maart 2005 werd beslist tot heraanleg van de fietspaden langs de Lindedreef: “omdat ze omhoog gedrukt werden door de wortels van de naaststaande lindebomen.” Het lag er nog maar pas en het begon al opnieuw, want als er één boom is die oppervlaktewortels maakt is het de Linde. Wanneer gaat men hier lessen uit trekken of moet die kostelijke leerschool blijven duren?

Wat het geld betreft voor de Kwadestraat; dit zou misschien veel beter besteed kunnen worden.

En waarom voor de wegveiligheid in het algemeen niet in de LED verlichting van onze straten, want wat zeggen ook de N-VA volksvertegenwoordigers Andries Gryffroy en Bart Nevens in een persbericht van 14 oktober: “Besturen moeten dringend overschakelen op LED” en zij willen hiervoor een ‘debat over een parlementaire conceptnota, dat tot een decreet moet leiden om deze problematiek snel en slim op te lossen’.
Wat houdt ons tegen, wij, die zo graag pilootgemeente willen zijn, om hier ook voortrekker te zijn.

Pikant detail nog. Gisteren, op de eerste dag van de werken in de Kwadestraat, heeft een van de buren die in het Gasthuisbos van de Medelaar op zijn land aan het werken was, daar al twee accidenten zien gebeuren.

Schepen Kennis antwoordt dat er over de Kwadestraat een heel rapport bestaat. Er werd beslist om dit jaar 550.000 euro te besteden aan wegenwerken. Daar kan echter niet alles mee worden gedaan. Er werd gekozen voor een herstelling van de Kwadestraat. Een volledige vernieuwing zou 260.000 euro kosten. Elders kan vernieuwing een betere optie zijn. ‘Herstelling’ of ‘vernieuwing’ is een keuze van het schepencollege. De fietspaden van de Lindedreef fatsoenlijk maken, zou betekenen dat alle bomen moeten worden geveld, waarna er terug nieuwe bomen moeten worden geplant, met een worteldoek. Wat betreft LED-verlichting: in elk nieuw rioleringsproject komt er LED-verlichting, zoals o.a. in De Kievit.

 

Vragen vragenronde

Vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen:
1/ Opmerking bij notulen van GR 19 september: De opmerkingen die ik maakte bij agendapunt A.9 (lastgevingsovereenkomst) werden per vergissing bij agendapunt A.8 (afsprakennota) geplaatst. Dit moet worden aangepast.

2/ Vraag aan schepen Wim Govaerts: Wanneer mogen we een overzicht verwachten van de actuele financiële toestand van de kerkbesturen (zoals beloofd tijdens GR van 19 september)?

De schepen van financiën, W. Govers, antwoordt dat deze besturen nog moeten samenkomen, maar dat hij de datum van samenkomst zal laten weten.

3/ Herhaling vraag van enkele maanden geleden: Wanneer komt het overlegcomité ACCB nu eindelijk samen? Op 25 februari 2009 schreven onze secretaris en toenmalig burgemeester Katrien Schryvers ‘Het overlegcomité komt zo’n vier maal per jaar samen’. Ik stel vast dat deze verklaring blijkbaar foutief wordt gelezen, want nu is het blijkbaar minder dan één maal per vier jaar.

Schepen Govers antwoordt dat er momenteel nog geen datum werd gepland, maar dat hij het zal laten agenderen voor het schepencollege en een datum zal inplannen.

4/ Op 16 januari van dit jaar verscheen het rapport ‘Organisatie-audit Gemeente en OCMW Zoersel’. De vastgestelde resultaten op gebied van effectiviteit, efficiëntie en kwaliteit waren op dat ogenblik beneden alle peil. Uit de ‘Managementreactie’ bleek toen de goede wil tot verbetering.

Inmiddels zijn we een zwangerschapsperiode verder en ik vraag me dus af of er al een bevalling is geweest. Daarom mijn vragen a) Welke verbeteringsacties werden inmiddels reeds in praktijk gebracht? b) Welke acties staan er nog op stapel voor het komende jaar? c) Welke thema’s werden uitgesteld naar latere jaren?

Nu we toch de gewoonte hebben om iets vroeger aanwezig te zijn, misschien de nodige toelichtingen voorafgaand aan de volgende gemeenteraad?

De burgemeester antwoordt dat ze de antwoorden zo niet kan geven ,maar er zijn wel degelijk dingen gebeurd in de drie categoriëen. De antwoorden worden verzameld en zullen worden bezorgd. De suggestie van raadslid van Dongen om dit voorafgaand aan de volgende gemeenteraad te doen, zal worden bekeken.

Vragen van Stan Meeussen:
1/ In het voorjaar, tijdens de zitdagen voor het invullen van de belastingaangiften, lag exact op deze plaats dit briefje, ondertekend door U burgemeester alsook door U, secretaris, waarop staat dat er vanaf volgend jaar geen zitdag(en) in de gemeente meer zou(den) zijn en dat men zich maar naar Turnhout moest begeven.

Op mijn vraag dat dit toch niet kon, heeft de secretaris toen geantwoord dat er in oktober daarover meer zou geweten zijn. Het is nu oktober en mijn vraag is, hoe zit dat nu? Want in het kader van dienstbetoon aan de burger kan dit volgens het Vlaams Belang niet en is het de taak van het gemeentebestuur om Turnhout op andere gedachten te brengen.

Ik heb toen ook tijdens de zitdag aan de ambtenaren daar ter plaatse gevraagd van wie dit uitging, of dit een verordening van de Vlaamse regering was. Die mensen hebben me toen geantwoord:” Neen, het gaat enkel uit van het regionale kantoor in Turnhout.” Ik herhaal daarom mijn vraag, wat is de stand van zaken nu?

2/ In de gemeenteraad van 29 augustus 2017 is mij door de betrokken schepen toegezegd dat de dame, met haar petitielijst om de verlichting ’s nachts te laten branden en die zo onheus werd behandeld door de administratie, een excuusbrief zou ontvangen. Ik citeer uit de notulen van die gemeenteraad: “…op het laatste schepencollege werd dit behandeld en dat er een antwoord wordt voorbereid. Hij kan echter niet met zekerheid zeggen of het al werd verstuurd.” Wel, ik kan met zekerheid zeggen, dat dit antwoord nog altijd niet is verstuurd. Wat houdt er de gemeente tegen?

3/ In het kader van openbaarheid van bestuur had ik graag de toelichting, die we via lichtbeelden gekregen hebben op de commissievergadering van PPS Halle op 14 september (daar waar o.a. de verschillende locaties voor de parochiezaal aan bod kwamen,) voor mij persoonlijk op papier gekregen.

In die commissievergadering toen, wordt nog altijd de indruk gewekt dat de plaats van de nieuwe dorpszaal nog niet vast staat. Idem in de mobiliteitsstudievergadering van 2 oktober.

Maar op 10 oktober ontvangen we als gemeenteraadslid het verslag van het schepencollege van 11 september en daarin besluit men, ad hoc, in te stappen in het SOLARISE project. De indiening moest ten laatste 13 september gebeuren. De maanden daarvoor werd ten opzichte van de gemeenteraad en de PPS commissie het twijfelspelletje gespeeld dat de twee pistes voor de dorpszaal nog open lagen. Werd ook het woord SOLARISE nooit vernoemd en werd alleen over Europese subsidiëring gesproken, die blijkbaar enkel kon als de pastorij mee betrokken werd. Twijfel alom.

Maar, toen de definitieve beslissing al was doorgegeven op 11 september, hebt u in de twee vergaderingen na die datum, dus 14 september en 2 oktober ons voor de zot gehouden door de komedie voort te zetten, dat de plaats van de nieuwe parochiezaal nog niet definitief vaststond.

Ik geef toe, het spel is politiek briljant gespeeld maar een groot deel van de Halse bevolking is hier behandeld als vuil voor de keerborstel en alle inspraak werd gewoon weggeveegd. Ik hoor het CD&V nog niet zo lang geleden zeggen dat we meer naar een ‘inspraakcultuur’ moeten gaan.

Het is nu wel mosterd na de maaltijd maar ik heb toch mijn vragen bij de modaliteiten en het technische. In het schepencollegeverslag van 6 maart lazen we al: “de kosten van standaardrenovatiewerken worden niet gefinancierd”, exact datzelfde zinnetje staat in het verslag van 11 september. Ik veronderstel dat dit zeggen wil dat het SOLARISE geld niet mag dienen om bijvoorbeeld aanpassing van de verouderde elektriciteitsinstallatie, een nieuwe trap, keuken of toilet in de pastorij te zetten, dat het enkel dient voor” innovatieve technieken en materialen”, die meen ik, allemaal gelieerd zijn aan energie samenhangende projecten. En niet ‘en passant’ dienen om de pastorij te renoveren. Maar waar blijven we dan b.v.b. met dakisolatie en hoog rendementsglas? Zijn dat ook standaardwerken?

Ik veronderstel dat Europa de architect en conducteur van de werken zal zijn. Wat als wij nu niet aan hun verwachtingen voldoen? Krijgen we dan nog geld?

Alles staat in het teken van de klimaatdoelstellingen, alhoewel ge met uw ellenbogen voelt dat de 248.786,08 euro de wortel is die de ezel drijft.

We lezen verder: “het voor de duurzame renovatie van de pastorij en de hiermee gepaard gaande nevenactiviteiten voorziene budget wordt geraamd op 414.643,46 euro”. Komt deze 414.643,46 euro bovenop de huidige inschatting van 1,25 miljoen euro voor de zaal?

En wat zijn die ‘nevenactiviteiten’? Dienen die nu uitsluitend voor die ‘innovatieve thermische zonnepanelen in combinatie met een ijsopslagsysteem’?

Echt ik snap het niet, want ik zie dat niet gebeuren in de oude pastorij die toch haar uitzicht en cultuurhistorisch aspect moet blijven behouden. Als daar echt iets futuristisch revolutionair gaat gebeuren en dat is toch de bedoeling van dat SOLARISE geld, kan dat enkel in een nieuwbouw denk ik, en als dat zo is, dan kan die innovatieve nieuwbouw even goed op een ander plaats staan, bijvoorbeeld  op de Markey site en kan de pastorij energiezuinig gemaakt worden zonder haar eigenheid te verliezen. Dan is men pas inventief.

Ik val hier in herhaling maar dit is te belangrijk voor de toekomst van de volgende generaties.
In hoeverre zijn die SOLARISE subsidies al bindend toegezegd?
Kan het dat er door SOLARISE achteraf op beknibbeld of teruggekomen wordt?
Als dit zou zijn, zet Zoersel het SOLARISE project dan op eigen kosten verder?
Kan Zoersel door SOLARISE financieel gestraft worden als wij er met de pet naar gooien?

De burgemeester antwoordt dat het geen probleem is om de toelichting die gegeven werd op 14 september jl. aan raadslid Meeussen te bezorgen. Wat Solarise betreft, dit zijn technieken die worden toegepast op oude gebouwen en we moesten reageren vóór een bepaalde termijn, want anders liepen we de subsidie mis.

De schepen van PPS, K. Schryvers, stelt dat de aanvraag inderdaad gebeurde vóór de terugkoppeling aan de werkgroep, vóór de bijeenroeping van de gemeenteraadscommissie en vóór de terugkoppeling aan de betrokken groepen in Halle. Echter, op de vergadering van 3 juni jl. werd gevraagd of er toch wel degelijk een terugkoppeling zou worden gegeven aan de betrokken groepen in Halle. Dat werd toen ook georganiseerd, maar uiteraard werd toen gezegd dat het eerste prerogatief voor de werkgroep en de gemeenteraad was, wat haar inziens ook logisch was. Er werd dan getracht dit binnen één week te organiseren. Zij laat echter niet toe dat er nu wordt gezegd dat er toen door het schepencollege werd gelogen of dat er dingen werden verzwegen, want dat is niet correct. Het Solarise-dossier werd enkel ingediend om alle rechten te vrijwaren. Dit betekent dat, als het dossier wordt verdergezet én wordt goedgekeurd door Europa, én de nieuwe technieken om de pastorij te renoveren kunnen worden geïmplementeerd, we dan aanspraak kunnen maken op die subsidie . Zij is ervan overtuigd dat dit ook de plicht is van het schepencollege, zeker als er zoveel geld mee is gemoeid. Het zou niet getuigen van goed bestuur mochten we dergelijke mogelijkheid niet benutten. Als straks het dossier, om één of andere reden, niet kan doorgaan, dan is het bestuur daar op geen enkele manier aan gebonden. Enkel de subsidie zal dan, logischerwijze, niet worden toegekend.

Het schepencollege heeft, zowel in de werkgroep als in de gemeenteraadscommissie, als in de terugkoppeling, uitdrukkelijk zes pistes tegenover elkaar afgewogen en uitdrukkelijk gesteld welke voor het bestuur de aangewezen site was. Er stond zelfs onderaan de slide dat er een strategische keuze was voor de pastorij van Halle. Nu doen of dat het schepencollege dat daar niet heeft gezegd, is absoluut onjuist. Heel veel mensen, hier aanwezig in de gemeenteraad, die ook aanwezig waren op één of meerdere van deze vergaderingen, kunnen dat getuigen. Men kan soms niet akkoord gaan met een besluit of standpunt van het bestuur, maar zeggen dat jullie worden voorgelogen, is absoluut niet correct en dat neemt het schepencollege niet.

Opmerking Stan Meeussen:
Ik wil afsluiten met mijn ongenoegen te uiten over de formulering in de ‘bewonersbrief’, waarin men stelt dat “de vertegenwoordigers van alle fracties van mening zijn dat de pastorij de meest geschikte locatie is”. Op zijn zachtst gezegd noem ik dit heel misleidend tegenover de bevolking, want de Vlaams Belang fractie staat absoluut niet achter de N-VA en CD&V keuze voor de ‘site pastorij’.