aug 302017
 

Gemeenteraad 29 augustus 2017

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen)

Punt A.3: Erfpachtovereenkomst voor herbestemming kasteel Hallehof (opmerkingen en vragen Jos van Dongen)

Collega’s, laat me toe u te melden dat ik stilaan mijn bedenkingen heb over erfpachtovereenkomsten. Inderdaad, meer dan 5 jaar geleden, op 15 mei 2012 besliste deze gemeenteraad om een erfpachtovereenkomst van 50 jaar te verlenen aan de provincie Antwerpen. Deze overeenkomst werd, voorzien van de nodige stempels en handtekeningen geregistreerd te Zandhoven om 18 december 2012. Iedereen gelukkig, maar daar bleef het dan ook bij.

Heeft de provincie voldaan aan de voorwaarden die in de erfpachtovereenkomst stonden? Voor een deel is dit zeker niet het geval. Zo stond er in de overeenkomst dat het provinciebestuur bereid was om de kosten te dragen voor vervanging van de ramen. Dit is inmiddels, meer dan 5 jaar later, blijkbaar nog steeds niet gebeurd. In de overeenkomst die vandaag voorligt lees ik immers opnieuw dat de Erfpachter er zich toe verbindt om ramen en buitendeuren te vervangen. Het provinciebestuur zou ook onderhoudswerkzaamheden aan de lift laten uitvoeren en zorgen voor ‘valbeveiliging voor het gebouw’ zoals dit wordt geëist door de FOD Werkgelegenheid, arbeid & sociaal overleg. Werden deze beloften vervuld? Ik betwijfel het. Vandaar mijn bedenkingen. Wat voor zin heeft een soortgelijke overeenkomst als de afspraken uiteindelijk toch niet worden nagekomen? Een tussenkomst van 50% in de kosten verbonden aan het zoeken naar een nieuwe erfpachter bij wijze van schadevergoeding vind ik toch maar een plaaster op een houten been.

Terloops kan ik ook nog opmerken dat de andere overeenkomst die destijds met de provincie werd afgesloten, namelijk de huurovereenkomst voor de trouwzaal, overeenkomst die destijds trots met toeters en bellen aan de Zoerselaars werd gemeld, inmiddels ook een stille dood is gestorven.

Wat de nieuwe erfpachtovereenkomst betreft heb ik volgende vragen en opmerkingen:

Eerst een algemene vraag: De waarde van het kasteel werd vorig jaar geschat op 1.100.000 euro. De erfpachtvergoeding bedraagt 10.000 euro per jaar. Werd er, gelet op de waarde van het pand en de toch wel vrij lage erfpachtvergoeding, de optie van verkoop van het goed in overweging genomen en ernstig onderzocht? Huidige overeenkomst voorziet immers in punt 2.2 de bereidheid van de Partijen om hun medewerking te verlenen aan het onderzoek naar en de uitwerking van een structuur met het oog op de creatie van een door de erfpachter tijdelijk afsluitbare ruimte rondom het Goed. Indien dit tijdelijk afsluiten geldt voor een periode van 30 jaar, wat is dan voor de Zoerselse burger het verschil tussen erfpacht en verkoop?

Enkele vragen over de overeenkomst zelf:

Vraag pagina 2 punt 2.3 laatste §: Gemeente zal eigendom volledig ontruimd opleveren. Indien niet worden de kosten voor leegmaken verhaald op de gemeente. Daarom de vraag: Werd het gebouw inmiddels ontruimd of wat is de huidige stand van zaken?

Vraag pagina 4, punt 7.1: Hier worden een reeks renovatie-, onderhouds-, sanerings- en verbeteringswerken opgesomd die uitgevoerd moeten worden ‘binnen de hierna vermelde termijnen’.

Graag vernam ik welke deze termijnen zijn en in welk artikel van deze overeenkomst deze dan wel staan vermeld.

Opmerkingen: Bepaalde zaken die hier worden opgesomd stonden reeds vermeld in een vorige overeenkomst maar werden nooit uitgevoerd. In artikel 12.2 staat uiteengezet hoe de overeenkomst kan worden stopgezet indien de Erfpachter zijn verplichtingen niet naleeft. Naar mijn mening zou het logisch zijn dat de overeenkomst een artikel voorziet waarin vermeld wordt dat de Erfpachtverlener op regelmatige basis (1 x per jaar?) de mogelijkheid moet krijgen om het volledige gebouw te inspecteren om eventuele nieuwe gebreken/defecten vast te stellen en om na te gaan of de gemaakte afspraken worden nageleefd.

Wat ik anderzijds niet begrijp is het feit dat de Erfpachter zich zou verbinden tot
– vervangen van de keuken op de kelderverdieping
-inrichten van woonruimtes en slaapkamers op de eerste verdieping
– realiseren van een klassieke badkamer op de eerste verdieping

Wat mij betreft heb ik geen bezwaar tegen deze werkzaamheden, maar vind ik dit geen absolute noodzaak. Wat als Erfpachter uiteindelijk andere plannen heeft wat betreft inrichting van het gebouw?  Een veilige werking van de lift is naar mijn mening veel belangrijker. Indien het moest zijn dat de gebreken aan de lift gedurende de voorbije jaren niet werden verholpen door de provincie, dan moet deze verplichting zeker worden herhaald in deze nieuwe overeenkomst.

Voorstel pagina 5, aanpassing Artikel 9 ‘Sociaal engagement’:  tekst ‘ … minstens 1 keer per jaar … de inwoners van de gemeente Zoersel toegang te verlenen tot het gelijkvloers van het Goed.’ aan te passen door toevoeging van ‘gratis’ zodat de tekst wordt  ‘ … minstens 1 keer per jaar … de inwoners van de gemeente Zoersel gratis toegang te verlenen tot het gelijkvloers van het Goed.’

Fout in tekst, pagina 6, punt 11.2: Er staat ‘onverminderd het recht van de Erfpachter om deze Overeenkomst … te ontbinden …’ Dit moet zijn ‘onverminderd het recht van de Erfpachtverlener om deze Overeenkomst … te ontbinden …’

Vraag pagina 6, punt 12.4: Ingeval van overlijden van de Erfpachter kunnen de rechtverkrijgenden van de Erfpachter binnen de zes maanden na datum van overlijden de Erfpachtverlener in kennis stellen dat zij de Overeenkomst wensen te beëindigen. Vraag: Indien dit het geval zou zijn, wat is dan de opzegtermijn die dan van kracht is?

De burgemeester zegt n.a.v. de vragen en opmerking van raadslid van Dongen dat, na het bericht van de provincie omtrent de beslissing om de erfpacht te willen stopzetten, door het schepencollege werd besloten om het kasteel te behouden, en het dus zeker niet te verkopen. Wat de ‘waarde’ van het gebouw betreft, deze is een schatting. Het kasteel heeft zijn waarde als beeld in het park. Het gebouw kan worden gebruikt voor een privaat doel, maar het hoeft daarom niet te worden verkocht.

Het plaatsen van een tijdelijke afsluiting dient nog te worden beoordeeld. Termijnen waarbinnen de omschreven investeringen dienen te gebeuren, liggen niet vast. De erfpachtnemer is vrij om de timing hiervan zelf in handen te nemen. Er is wel een vijfjaarlijkse evaluatie voorzien voor de som die hiervoor op een derdenrekening moet worden gestort. Daar is dus zicht op. De erfpachtnemer mag het goed zodanig maken dat er gewoond kan worden en dat er een zaak kan worden uitgebaat.

Hoewel er al veel weg is, is het kasteel nog niet volledig ontruimd. Wat de lift betreft, verschillen de verplichtingen naargelang er al dan niet personeel is. Als hij wordt gebruikt, dan zijn de nodige keuringen vereist.

M.b.t. het sociaal engagement zegt de burgemeester dat het natuurlijk de bedoeling is dat dit gratis is. De tekst op pagina 6, punt 11.2, zal worden nagekeken en aangepast indien deze foutief is.

Er is geen opzegtermijn voorzien bij overlijden. De rechtsopvolgers mogen de erfpacht voortzetten. Als er geen opzegging gebeurt, dan wordt deze trouwens automatisch verlengd.

Tot slot zegt ze dat het niet gemakkelijk was om een erfpachter te vinden en dat men denkt iemand te hebben gevonden die wilt investeren.

 

Punt A.4:  Verwerving perceel grond RUP Kievitheide
opmerking en vraag Jos van Dongen
Akte van verkoop
Opmerking: Pag. 1: ‘de heer Griet Decock’ moet zijn ‘Mevrouw Griet Decock’

Vraag: pag. 5, punt 7: Er staat ‘de verkoper verklaart dat het verkochte goed geen bos is als bedoeld in het Bosdecreet.’ Is dit inderdaad zo? Werd dit nagekeken? In artikel  7 van de ‘Eenzijdige verkoopbelofte’ lees ik onder andere ‘ De op het perceel aanwezige bomen moeten zoveel mogelijk behouden blijven’.

De burgemeester antwoordt dat het een bomenrij betreft, en dat dit werd nagekeken bij de voorbereiding van de akte.

opmerking Stan Meeussen
Er lijkt me wel een fout in de tekst geslopen, want opvallend is wel dat de heer Muyldermans Luc, al gestorven is voor hij geboren werd.

De burgemeester zegt dat dit zal worden nagekeken en aangepast.

 

Punt A.5: Principebeslissing tot afschaffing van een gedeelte van buurtweg nr. 73 tussen Heidehoeven en Medelaar.
(opmerkingen Stan Meeussen)

Vooreerst wil ik zeggen dat het situeringsplannetje van deze buurtweg een schande is in de slordigheid en onduidelijkheid van zijn opmaak. En het laat me koud van welke overheidsdienst en welke administratie dit plannetje komt, maar in de 21ste eeuw moet een administratie toch het ancien regime kunnen overstijgen. Ik noem het ook een affront ten opzichte van de gemeenteraadsleden, die, met een vergrootglas bijna de straatnamen moeten ontcijferen. Als me dat dan eindelijk gelukt is, mis ik de ‘Boskant’, of toch niet want ergens staat daar in bijna onzichtbare inkt het woord ‘Boskant’ plompverloren bijgeschreven maar de lengte van dat weggetje, dat ook de buurtweg raakt, klopt niet, want daarvan verdwijnt dan weer een deel de mist in of is het, in de boskant, zou ik zeggen. Klungelwerk.

Dit gezegd, terzake.
In een uitgave van Lokaal van VVSG, zegt VUB- professor in de demografie, Patrick De Boosere dat er in ons land jaarlijks 80.000 mensen bijkomen, bij de elf miljoen van nu. Dat is pakweg een stad als Mechelen. Hoe zou dat toch komen, vraag ik me af. In deze optiek moeten we de buurtwegen en kerkpaadjes dus koesteren omdat ze een alternatief bieden voor de zwakke weggebruiker om een verkeersluwe route te nemen, gescheiden van het onafwendbaar toenemend gemotoriseerd verkeer. Met buurtweg 73 nog intact had het vreselijk ongeval dat daar ooit op het kruispunt Medelaar/ Heidehoeven/ Zoerselhoek heeft plaats gevonden, misschien niet hoeven te gebeuren, want het is daar superdruk.

Verder. De rode lijn, die de buurtweg voorstelt, stond initieel duidelijk niet op dit plan en is er dus recent  op gezet. Ik heb nog geweten, dat op de Medelaar er een wegel verder liep naast, wat de oudere mensen daar het ‘Gasthuisbos’ noemden, was dat de buurtweg? Maar dat vind ik ook niet terug of wat moet ik mij bij die stippellijntjes voorstellen die her en der op het plannetje staan? Van welk plan heeft men de rode lijn afgehaald, waar is dat plan? Waarom hebben wij dat initiële plan niet en waarom stond dit niet eerder op het plan dat nu voor ons ligt? Want dan had men in het verleden, bij het realiseren van die verkaveling dat toch moeten opmerken. Is hier sprake van bewust achtergehouden gegevens hierover in het verleden, want deze weg heeft toch altijd al een nummer gehad.

We hebben in deze gemeenteraad in het verleden een ongeveer gelijkaardig verhaal meegemaakt in de Doelen in Zoersel. Vandaag in Halle en hoeveel lijken gaan er op dat gebied in de toekomst nog uit de kast vallen? In principe zijn wij tegen het afschaffen van onze buurtwegen, kerkpaddekes of hoe ge het ook noemen wilt, ook al zou het gemeentehuis er op staan.

We verklaren ons nader.
Eerst de kostprijs van heel de procedure.We hebben hier weeral een landmeter voor nodig die dat niet gratis doet en dan hebben we zeker nog wel enkele ambtenaren nodig om die rode streep er terug af te gommen en alles volgens de wettelijke procedures in de juiste banen te leiden. Waarom al die kosten en moeite?

Want als deze genummerde buurtweg die daar al tientallen jaren ligt te slapen met of zonder constructies, NIET wordt afgeschaft, wat verandert er dan in de praktijk tegenover al die tijd dat hij ook in onbruik was maar officieel nog bestond?Niets zou ik zeggen. Alleen dat dit terrein bezwaard is met de erfzonde van buurtweg nummer zoveel en dan! Worden constructies dan verplicht afgebroken? Worden er dan sancties of boetes opgelegd?

Alhoewel wij dus principieel voor het behoud zijn, mag in geval van sancties de weg, weg. Wij zijn geen onmensen, gedane zaken nemen geen keer en voor fouten in het verleden moeten mensen de dag van vandaag niet boeten. Maar als dat niet is, moet hij voor ons blijven. Bij verkoop of overerving kan het telkens wel vermeld worden in de notariële akte dat daar een ‘niet meer betreedbare buurtweg ligt’. Juist zoals dit moet gebeuren als er bijvoorbeeld de aardgasleiding onderdoor loopt.

Laat het wel een waarschuwing zijn voor projectontwikkelaars en betonboeren, dat het stoemelings inpalmen van een buurtwegel definitief verleden tijd moet zijn en absoluut niet meer kan. We hopen dat het gemeentebestuur op dat punt voor wie of wat dan ook in de toekomst, geen morzel gronds meer toegeeft.

Ik heb nog één vraag: “Wat is de betekenis van de, in het lichtrood gekleurde doorlopende lijn op het plan?

Schepen Van de Velde antwoordt dat die lijn de grens is tussen Halle en Zoersel, vóór de fusie. Hij zegt dat het niet de bedoeling is om zo veel mogelijk buurtwegen af te schaffen, enkel als ze geen nut meer hebben. Hij zegt verder nog dat er ook werk wordt gemaakt van het openhouden van buurtwegen, en dat het ongeval waarnaar raadslid Meeussen verwijst, niets met deze buurtweg te maken heeft.

 

Punt A.6:  Bouwen voertuigloods voor Handicar en Rode Kruis (vraag Jos van Dongen)

Vraag Bestek pagina 13: Er staat ‘De staalconstructie dient bemeten te zijn op de normale belasting d.w.z. geen groendak of zonnepanelen.’ Vraag: Waarom deze beperking? Ik zou denken ‘Het hoeft niet maar het mag wel, zeker wat betreft de zonnepanelen.

Schepen Kennis antwoordt dat het om een gewone garage gaat, waar enkel verlichting is voorzien, geen verwarming. Als de loods eventueel later zou worden uitgebreid met de herbouw van het bestaande gebouw van Handicar/Rode Kruis zou dit daar wel kunnen op worden voorzien. Nu is dit nog niet aan de orde.

 

Punt A.7: Voorlopige goedkeuring van twee straatnamen voor de verbindingswegen tussen de Halmolenweg en Hallevelden aan de nieuwe school van Halle.
(opmerkingen Stan Meeussen)

Ik ben tegen het geven van namen van personen aan straten want dit is een gemakkelijkheidsoplossing en is een symptoom van ‘vindingsrijkheidarmoede’.

Waarom?
Bij wie vandaag een goede is, ontdekt men morgen misschien een zwart kantje en dan krijgt men situaties gelijk men vandaag hoort en was die ene heilige in werkelijkheid de anti- Christ.
Meester Berghmans heb ik niet persoonlijk gekend maar wel Meester De Jongh. Hij was afkomstig van Pulle en daar kende men hem als Mon Van Eelen.
Meester De Jongh, die ik dus goed gekend heb, was een ingoede, doorbrave mens en een uitmuntende schoolmeester en zo zal ook meester Berghmans geweest zijn. Maar zij waren ook de schoolmeesters zoals we die herkennen in De Witte van Zichem van Ernest Claes en zoals veel van mijn generatie ze nog hebben meegemaakt. Wat als er morgen een oud leerling, bij het zien van die straatnaam een verlaat trauma voelt opkomen, omdat een van die twee meesters ooit met de regel op die bengel zijn vingers geklopt heeft, omdat hij telkens zijn griffel of zijn potlood in de verkeerde hand nam? Wat dan?

En wat betreft Jozef Hens. Hij was één van die vele gewone buitenjongens uit onze contreien die massaal de dood zijn ingejaagd door de toenmalige, Vlaamsonvriendelijke machthebbers  die enkel uit waren op eer en glorie voor zichzelf en geen enkel respect hadden voor het Vlaams kanonnenvoer. Uit respect voor die jongens, die niet wisten voor wat ze stierven, wel hun bloed gegeven maar nooit hun rechten gekregen, laat hun lijken als zaden in het zand in vrede rusten en ligt daar niet mee te leuren.

Voor wat straatnamen betreft, in de eerste plaats moet men proberen volgens de topografie, overlevering, historische vondsten en andere, een naam te vinden die personen overstijgt.
Wat zegt bijvoorbeeld een heemkundige kring hierover? Was hier geen lectuur over te vinden?

In dit geval, als de inspiratie zoek is opteer ik dan nog liever, uit de reeks van voorgedragen namen voor:
“Doorsteek Steegske” en niet “steegje” maar bewust “steegske” omdat we in het Kempisch dialect het woord steegje niet gebruiken. We hebben het wel over een “straatje” maar nooit over een steegje. En “Kleine Halmolenweg”. Aansluitend op Halmolenweg die verwijst naar de molen die er verderop ooit gestaan heeft.

Al ben ik tegen personencultus, voor één iemand zou ik wel een uitzondering durven maken en dit zelfs bij leven van die persoon. Namelijk voor Leo Cautereels. Wat die man voor Zoersel betekent, overstijgt alles, want zonder hem bestond Zoerselbos gewoon niet meer. Alleen dank zij hem kunnen we die erfenis tot in alle generaties doorgeven en is een straatnaam het minste dat we hem als eerbetoon kunnen geven.

Schepen Schryvers zegt dat er wel serieus werd geprobeerd om voorstellen te krijgen. Zo is dit twee maal voorwerp van bespreking geweest binnen de culturele raad. Het geven van straatnamen is steeds moeilijk. Raadslid Meeussen stelt dat het geven van namen van personen aan straten een gebrek aan vindingrijkheid is. Zij vraag zich af of namen van bomen of bloemen voor straatnamen dan wel zo vindingrijk is. Mensen die actief zijn geweest binnen de gemeente behoren tot de geschiedenis van de gemeente. Zij hebben mee de gemeente gemaakt en ze behoren tot ons erfgoed. Tijdens de vorige legislatuur werden de straatnaamborden in de gemeente trouwens aangevuld met informatieve gegevens omtrent de persoon waarnaar de straat is vernoemd, namelijk wie zij/hij was en wanneer zij/hij heeft geleefd.

Schepen Schryvers zegt er wel voorstander van te zijn dat straten worden vernoemd naar personen.

Wat het voorstel van raadslid Meeussen betreft voor Leo Cautereels, denkt zij echter dat deze dit niet zo graag zou hebben. De Vlaamse regelgeving bepaalt immers dat straatnamen enkel mogen worden vernoemd naar personen die overleden zijn. Gelukkig is dit nog niet het geval voor Leo Cautereels, en hopelijk blijft dit nog vele jaren zo.

 

Punt A.8: Reglement aanvullend pensioen contractuele personeelsleden (vraag Jos van Dongen)

Vraag pagina 4 punt 2.8: Laatste regel van de begripsomschrijving van ‘Actieve Aangeslotene’ luidt ‘De arbeidsongeschikten worden aangesloten’. Wat bedoelt men hiermee?  Blijven de arbeidsongeschikten behoren tot de actieve aangeslotenen (volgens bijlage 1 blijkbaar wel) zeg dit dan, of hoort deze zin hier totaal niet thuis?

Schepen Paredaens antwoordt dat bij de aansluitingsvoorwaarden niet is vermeld dat men uitgesloten is als men arbeidsongeschikt is. Hij is van oordeel dat men dan ook de tekst zo moet lezen dat arbeidsongeschikten aangesloten blijven.

 

Punt A.9: Aansluiting gemeentelijke basisscholen bij regionale ondersteuningsnetwerken (vraag Jos van Dongen)

Vraag: 2 scholen sluiten aan bij netwerk ‘De Kempen’, 1 school bij Voorkempen/Noord-Antwerpen.

In het verslag van de schoolraad van 8 juni 2017 staat dat het voor  de Kiekeboes een logische keuze is om in te stappen in het netwerk Kempen en dat Pierenbos eveneens wil kiezen voor dit netwerk. Op het eerste zicht vind ik deze keuze helemaal niet zo logisch. Dit in tegenstelling tot de keuze die door Beuk&Noot werd gemaakt om samen te (blijven) werken met scholen die nabij gelegen zijn.

Bovendien blijken de scholen die met netwerk Kempen gaan samenwerken slechts 1 ‘oud’ samenwerkingsverband voort te zetten en 2 nieuwe aan te gaan, 1 met een school in mol en 1 met een school in Geel. Wat is hier logisch aan?  Graag enige toelichting.

De burgemeester antwoordt dat het zo is dat de scholen hebben gekeken naar mensen waarmee ze reeds samenwerkten, ook al komen er nieuwe bij. Op termijn zal wel de verplichting komen om meer te stroomlijnen door de inrichtende machten. Voor de scholen is het toch de meest logische keuze geweest. Zij zal een verklaring vragen over de totstandkoming van de netwerken.

 

Punt A.10: Benoeming van vervangers in de beheerscommissie van de bibliotheek.
(opmerking Stan Meeussen)

Francis Peeters ken ik niet maar wees welkom zou ik zeggen. Guido Pacquée ken ik wel en dat is, zo wie zo een meerwaarde.

Vragen vragenronde

Vraag van Stan Meeussen:

Zoals u, burgemeester en u, schepen van personeelszaken, heb ik de mail ontvangen waarin een inwoonster van Zoersel haar beklag doet over de manier waarop ze door de administratie van een bepaalde dienst behandelt, is omdat ze zich kwam beklagen over het doven van de straatverlichting.

Ik citeer enkel de aanhef:” Eigenlijk heeft die dame mij daar gewoon zitten uitlachen …..”

Ik meen dat de tijd toen Ernest Claes de novelle “De Nieuwe Ambtenaar” schreef lang voorbij is. We denken nu toch dat de ambtenaar, die toch betaald wordt door de burger een dienstverlener aan die burgercliënt is en niet omgekeerd, dat die ambtenaar beleefd én correct én neutraal functioneert en zeker de klant niet schoffeert omdat die toevallig een  mening heeft die de ambtenaar in kwestie niet zint. Ik weet dat de meerderheid van de ambtenarij aan de deontologie voldoet maar voor diegenen die op dat punt, zoals blijkt uit dit voorval al eens een steek laten vallen, dat u als schepen de zaak verder onderzoekt. Als dit zo is, wat waren uw bevindingen? En welke actie werd genomen? Zo neen, waarom gebeurde dit nog niet?

De dame in kwestie zegt op het laatst ook nog: “Wat mij het meeste ergert is niet gehoord te worden…” en zij besluit met: “Ik zou heel graag een fatsoenlijk antwoord krijgen….”

En dan is mijn volgende vraag: “Heeft u op haar, aan u gericht schrijven, al een ‘fatsoenlijk’ antwoord gegeven? ”

De schepen van leefmilieu, K. Paredaens, zegt dat deze mail op het laatste schepencollege werd behandeld en dat er een antwoord wordt voorbereid. Hij kan echter niet met zekerheid zeggen of het al werd verstuurd.

Opmerking van Jos van Dongen:

Tijdens de gemeenteraad van 20 juni jl. beloofde de burgemeester mij meer detail te zullen verschaffen over het verschil van 296.228 euro voor het legaat-Markey. Ik heb deze info echter nog niet bekomen.

De burgemeester antwoordt dat zij dit ook gemerkt heeft bij het nalezen van het verslag, maar ze was vergeten navraag te doen bij de ambtenaar die zich hiermee bezig houdt. Ze zal dit laten nakijken.