mei 282017
 

Gemeenteraad 23 mei 2017

(vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen en Jos van Dongen)

A/ Vragen en opmerkingen van en door Constant Meeussen:

Punt A.1: Jaarverslag 2016 van de politie

Peter Muyshondt, directeur operaties licht het jaarverslag 2016 toe.

Wat mij opvalt is, dat wat drugspreventie betreft het aantal uren dat hier in de scholen aan besteed wordt gedaald is. Van 100 in 2015 naar 84 in 2016. Hoe komt dat?

Maar voor u op mijn vraag een antwoord geeft, moet er mij toch nog eerst eens iets van het hart over de drugsproblematiek waar ik gelijk de ‘harddrug alcohol’ ook bij reken.

Het begint op jonge leeftijd want dan zijn puberende jongeren die er alles voor over hebben om er op die  leeftijd bij te horen, het meeste vatbaar. Wij moeten er dus alles voor over hebben om onze kinderen, kleinkinderen die op de leeftijd zijn van “je bent jong en wil wat” er voor te behoeden dat ze niet verloren lopen.

Ooit heeft eens een zogenaamde echte politieker gezegd, dat de problemen maar moeten opgelost worden als ze zich voordoen. Ik ben geen echte politieker en dus vind ik dat problemen juist zoveel mogelijk moeten voorkomen worden en zeker als het over de toekomst van onze jonge mensen gaat. We kunnen dus niet genoeg aan preventie en sensibilisatie doen om de jeugd in haar meest kwetsbare periode van de drugs af te houden en geen gebruiker te laten worden. Daarom moeten we op twee fronten vechten. Preventief door voorlichting en sensibilisatie maar ook repressief en dit laatste dus voor het crapuul dat onze jeugd vergiftigd.

Daarom sta ik, en heb er geen moeite mee om dat te zeggen, achter een Bart De Wever’s ‘war on drugs.’
Daarom sluit ik mij aan bij wat Brugs politierechter Peter Van Damme en zijn Leuvense collega Kathleen Stinckens vragen: “Verbied reclame voor alcohol”.
Daarom, waarom geen verhoging van de leeftijdsgrens ook voor de bieren  tot 18 jaar. Want bij kinderen kan alcoholmisbruik leiden tot zware hersenschade, wat een daling van het intellectueel potentieel tot gevolg heeft, dixit dokter Michiel Callens van het Intermutualistisch Agentschap.
Daarom zijn voor mij nachtwinkels ook een pest.

Ik meen te weten dat de gemeentelijke reglementering in Zandhoven zodanig is, dat aan strikte eisen voor de opstart en uitbating van nachtwinkels moet voldaan worden. Toeval of niet, in Zandhoven zijn geen nachtwinkels. Trouwens, als het van de CD&V- Kamerleden Els Van Hoof en Nathalie Muylle afhangt, verkopen nachtwinkels en tankstations straks geen sterke drank meer. “De toegang tot alcoholhoudende dranken is te eenvoudig”, zegt Muylle.

Ik besluit met iets, dat mij mijn hele leven lang zal bijblijven.
De vrouw van een vroegere werkmakker vertelde mij hoe haar dochter, van een, hip en fris vrolijk ding, degenereerde tot een drugsverslaafd wrak, altijd meer en altijd straffer spul. Zij besloot haar verhaal met te zeggen: “Ik had liever gehad dat ze haar doodgereden hadden, dan had ik maar één keer moeten schreeuwen, nu schreeuw ik alle dagen maar mijn ogen zijn droog, want ik heb geen tranen meer.”

De tranen die zij niet meer had, schoten mij toen in de ogen en het beeld van die wanhopige moeder zal me altijd bijblijven. Daarom, vermits we alles moeten doen om erger te voorkomen. Waarom dan toch minder preventie uren?

Een ander vraag.
De inbraakcijfers zijn gestegen. Zou dit iets te maken kunnen hebben met het lichtafschakelplan en doet zich daar een soort ’bascule’ effect voor? Hoe meer licht, hoe minder inbraken, hoe minder licht, hoe meer inbraken. Zelfs als dit maar een vermoeden zou zijn, dan geeft een nachtelijke LED verlichting aan heel wat mensen een geruststellend gevoel van veiligheid en zijn heel wat mensen voor dat comfort aan gemoedsrust, aan de armlastige gemeente Zoersel bereid  die extra 0,47 euro per jaar uit eigen zak bij te leggen.

Wat het aantal uren drugspreventie betreft, zegt de directeur operaties dat er elk jaar een brief met het aanbod naar de scholen gaat. Leden van het korps volgen ook gespecialiseerde opleidingen om als lesgever te kunnen fungeren. Er werd niets afgebouwd. Als scholen niet ingaan op het aanbod, dan wordt er niets ondernomen, maar als scholen het vragen, dan worden er uren drugspreventie geleverd. Er wordt ook  geprobeerd om dit op een zo goed mogelijke manier te doen, en dit conform het advies van de specialisten ter zake. De vraag is of de politie wel de beste aanbieders zijn.

De burgemeester, tevens bevoegd inzake onderwijs, zegt dat Zoersel enkel lagere scholen heeft en dat daar overal aan drugspreventie wordt gedaan.

Naar aanleiding van de vraag van raadslid Meeussen, zegt de directeur operaties nog dat er geen correlatie is tussen het aantal inbraken en het lichtafschakelplan.

 

Punt A.6: Ruimtelijk UitvoeringsPlan (RUP) ‘Reservering binnengebieden in woongebied’

Ik wil wel weten wat men bedoelt met ‘grondwaterstromingen’. Is dit wat men in de volksmond, in het Kempisch dialect ‘drift’ noemt?

De burgemeester antwoordt dat ze dat niet met zekerheid weet. Ze zal dit laten navragen.

 

Punt A.7: Advisering inzake plaatsing van bewakingscamera’s/nummerplaatlezers op het grondgebied van Zoersel.

Het woord snelheid is vandaag al meerdere keren gevallen en dan moeten we niet alleen kijken naar de hoofdassen, want er zijn ook heel wat lokale wegen die van de stijgende verkeersintensiteit en onaangepast rijgedrag last hebben. En dan wil ik het nog eens hebben over o.a. het stuk Wandelweg tussen de Kwade Straat en Heidehoeven verderop naar Hoge Dreef en Medelaar.

Deze weg is één van de drie wegen om vanuit Halle naar St. Antonius of Zoersel te geraken en is daarmee ook bijna een hoofdas geworden. Het alternatief is om vanuit Halle naar Zoersel te rijden over Zandhoven. En naar St.-Antonius over Ploeg Halle. Dit maakt dat over dat stukje Wandelweg daar, enorm veel verkeer komt en door de stijgende bevolking zal dat zeker niet minderen, waardoor de bewoners het op hun heupen kregen door die steeds toenemende drukte. Omdat reclameren over het vele verkeer nogal asociaal overkwam hebben enkele bewoners het dan maar over de boeg van de overdreven snelheid gegooid. Er werd op dat stukje weg niet harder of trager gereden dan ergens anders maar het plaatsen van de anti tank versperringen zou, zo meende men, die verkeersdrukte doen afnemen. Niet dus.

Het enige verschil met vroeger is dat er nergens meer geremd wordt, stil gestaan en terug gas geven wordt dan daar. Nergens meer fijn stof productie, roet- CO-, CO2- en stikstofoxyden uitstoot dan daar. Ecologie- gezondheids- en milieudoelstellingen schijnen dan plots geen rol meer te spelen. Ik kom elke dag over dat stuk Wandelweg en zie hoe de verkeersjungle daar zijn toppunt bereikt met woedende fietsers en automobilisten tegen elkaar op. Als katalysator van de onderlinge verzuring kan dit tellen. Verleden maand was het op een ochtend daar de max. Alles stond stil met stationair draaiende motoren want het hele boeltje had zich vastgereden. Het feit dat daar dan nog de bermen door de boordbewoners werden volgeplant, een proces dat daar nog altijd verder gaat, maakte dat opzij uitwijken niet mogelijk was. De chaos was compleet en het heeft aardig wat voeten in de aarde gehad eer de Gordiaanse knoop ontward geraakt was. Als het niet zo triest was kon men bij deze ‘man bijt hond situatie’ lachen maar ik dacht, in Godsnaam, waar zijn we mee bezig en wat wil men hiermee bereiken en bewijzen, veronderstel dat er toen een ambulance voor een dringende tussenkomst had willen passeren, men mag er niet aan denken.

Als het middel erger wordt dan de kwaal, zoudt ge u als beleidsverantwoordelijke toch eens vragen moeten stellen of is dat teveel gevraagd?

Ik heb hier een artikel uit Meervoud van januari 2015 waarin spoedarts Beaucourt zich eens goed laat gaan. Beaucourt is toch iemand die op mobiliteit iets zwaarder doorweegt dan ik. Dus luister “De verantwoordelijkheid wordt steeds meer naar de gebruiker doorgeschoven, nooit naar de wegenplanners. De onoordeelkundige wegversmallingen, bloembakken op de weg, onwettig gelegde of gemaakte drempels en verkeersplateau’s en nooit naar een falende ruimtelijke ordening”. Dixit Beaucourt.

Ach ja, wat de drempels betreft. Ik lees in de Grootste Gemene Deler van september 2002, een poos geleden dus maar nog altijd actueel: “in augustus besliste de gemeenteraad om de bestaande drempels waar nodig aan te passen aan de huidige wettelijke normen.” Is dat inmiddels zo? Ik vraag en bij rondvraag zijn er velen, breek die bullen af en zet een camera, een vaste of mobiele, trajectcontrole, om het even wat. Er zijn zelfs mensen daar die met de nodige ironie me zeggen: “Als de gemeente te armlastig is en we weten wat een mobiele camera kost, willen we desnoods bijleggen. Naar het schijnt kunt ge er in den Aldi al ene in promotie kopen voor 50 euro en die geeft dan nog bewegend beeld.”

Alle gekheid op een stokje, gemeente Zoersel, maak dat op dat stuk drukke weg de mensen elkaar in de toekomst normaal kunnen passeren aan een normale snelheid. Binnenkort is het weer bijna Sinksen, ik bid, daar tegen de mobiliteitsduif onze mobiliteitsplanners, we hebben onlangs toch een verse kracht bij gekregen meen ik, hun geest zal verlichten, ten bate van iedereen die daar woont en passeert de luchtkwaliteit, de onderlinge verstandhouding en de rust ten goede. Dat als mensen elkaar passeren, ze niet een gebalde vuist naar elkaar opsteken maar wel een wuivende hand.

Dit is mijn en al de bewoners van de Wandelweg hun wens, doe er iets aan.

De burgemeester stelt dat er allerlei mogelijkheden zijn voor de verbetering van de mobiliteit, en dat die ook worden gebruikt.

Punt A.15: Intergemeentelijke vereniging IVEKA.

Ik veronderstel dat dit punt een herneming is van het afgevoerde punt van de vorige gemeenteraad. Waar we inmiddels over geïnformeerd werden.

Tijdens de uiteenzetting door de technici van het IVEKA panel, viel me in de begeleidende tekst één zinnetje in het bijzonder op, n.l. : “Buffering van overschotten van hernieuwbare energie door omzetting in waterstof en/of methaan.” Op mijn vraag wat men daarmee bedoelde en dit misschien een aanzet was tot het maken van synthetisch methaan, kreeg ik tot mijn voldoening een bevestigend antwoord. In de omringende landen, o.a. Nederland is men daar al volop met bezig, hier loopt de politiek natuurlijk nog achter. Er werd me beloofd dat onze gemeenteraadsleden via de gemeente de nodige documentatie hierover zullen ontvangen, zodat iedereen die wil, mee is. Ik zie dat dit inmiddels gebeurd is en ik bedank daarvoor Luc Kennis.

Nu, wat me niet zo heeft kunnen overtuigen, zijn de oude koeien die men uit de gracht haalt n.l. het ontwikkelen van ‘warmtenetten’. ‘Warmtenetten’ is niks nieuws, heeft in het verleden gepiekt maar de meeste zijn opgedoekt wegens onrendabel, hoge onderhoudskosten. Warmtenetten heeft het verleden ons geleerd kunnen maar rendabel zijn in geconcentreerde bebouwingen waar restwarmte dichtbij voorhanden is. Aan geen enkele voorwaarde wordt in Zoersel en de meeste gemeenten in Vlaanderen hieraan voldaan omdat men bedrijven die, deze restwarmte toch zouden produceren omwille van hun industriële, vervuilende of lawaaierige activiteiten naar bedrijventerreinen geleid heeft die ver van de potentiële afnemer liggen. Een reden die tot hun verdwijning geleid heeft.

In de toelichting bij het, tijdens de vorige raad uitgestelde punt en daaraan is niets gewijzigd, haal ik nog dit citaat: “De opdrachthoudende vereniging IVEKA is van oordeel dat de kostprijs voor de aanleg van het warmtenet niet hoger mag zijn dan de kostprijs voor de aanleg van een warmtedistributienet in combinatie met een gelijkwaardige eindprestatie van de op het aardgasnet aan te sluiten woningen. Indien aan dit criterium niet kan voldaan worden, zal er geen warmtenet worden aangelegd en kan desgevallend voorzien worden in de aanleg van een gasdistributienet. Het financieel risico voor de deelnemende gemeente wordt voor de projecten die in dit kader gerealiseerd worden, daardoor vermeden.”

Ik zou zeggen dat ontbrak er nog aan, maar door die uitleg voelt ge met uw ellebogen dat ze wel weten dat de oogst mager zal zijn. Elke gemeente weet welke industrie zij op haar grondgebied heeft en mits contactname door de technische diensten van de gemeente met het desbetreffend bedrijf of daar al of niet restwarmte aanwezig is.  Om het allemaal wat schoner in te kleden kwam het woord ‘geothermische warmte’ naar voor. Los van het feit dat zulke diepteboringen een duur geval zijn, geeft een bestaande bodemkaart van Vlaanderen onmiddellijk uitsluitsel of dit voor de betreffende gemeente een rendabel potentieel heeft. Hier hebben we ook geen System vehikel, dat uiteraard niet gratis werkt voor nodig.

Eandis zegt: “Wij ontzorgen de gemeente.” Nu, als wij zelf kunnen uitmaken dat het voor ons geen rendabele kaart is, vind ik niet dat in dat ‘ontzorgen’, onderzoek en dus geld moet gestopt worden. Weggesmeten geld zou ik zeggen.

Anderzijds, de gemeenten die wel via restwarmte van bedrijven of een goede geothermische ondergrond hebben, gun ik graag hun winst en het hoeft niet perse met de Eandis System Operator constructie want ze zeggen zelf: “Een ‘derde’ kan steeds eigen warmtenet aanleggen mits verkrijgen van gemeentelijke domeintoelating.” Voor de gemeenten die dus het potentiëel op de geothermische lotto hebben, doen zou ik zeggen, ik gun het hen.

Maar na al wat ik in Corsendonk daarover gehoord heb, heb ik de indruk dat hier bijna letterlijk het warm water nog eens uitgevonden wordt in het opbod van mee te zijn op de golf van alternativiteit die in dit geval meer zweemt naar naïviteit, naïviteit die dan weer door de consument zal betaald worden want in het overzicht van de evolutie in de gemiddelde eindfactuur elektriciteit 2013 – 2017, zien we dat deze gestegen is van 592,35 euro in 2013 naar 973,75 euro in 2017.

Om het niet nog erger te maken adviseren wij dus onze afgevaardigde niet in dit ‘Systemverhaal’ mee te stappen.

De burgemeester zegt dat het schepencollege nog geen keuze heeft gemaakt. De standpunten werden aanhoord. Het college zal nog beslissen over de keuzemogelijkheid.

B/ Vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen:

Punt A.2: Jaarrekening 2016

Raadslid J. van Dongen heeft m.b.t. de exploitatie-uitgaven in de toelichting bij de jaarrekening gelezen dat het overschot op het budget voor de clickprijs van prints en fotokopies gedeeltelijk éénmalig en voornamelijk te wijten is aan een rechtzetting van foutief aangerekende bedragen in het verleden. Hij vraagt wat hiervan de reden is. M.b.t. de exploitatie-ontvangsten vermeldt de toelichting dat de voorziene vergoeding (14.400 euro) door de werkwinkel voor het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur niet werd gerealiseerd. Hij vraagt of de PWA-beambte hier nog is.

De burgemeester antwoordt op de tweede vraag dat het gaat om een vergoeding door de PWA voor het gebruik van gemeentelijke infrastructuur, waarvoor nog een administratieve handeling moet
gebeuren. De PWA-beambte is dus inderdaad nog hier.

Wat de eerste vraag betreft, zegt zij dat ze dit zal navragen.

 

Punt A.3: Toelagereglement voor aankoop van trofeeën voor sport- of spelmanifestaties

Raadslid J. van Dongen zegt dat in artikel 6 is voorzien dat verenigingen die een aangifte doen die niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, voor het betrokken dienstjaar niet meer in aanmerking komen voor een toelage. Hij stelt voor om te bepalen dat dit zou gelden voor één of meer van de volgende dienstjaren, al naar gelang de door het schepencollege genomen beslissing.

De burgemeester stelt dat het reglement kan worden verstrengd als er zou worden vastgesteld dat er misbruiken zijn.

Schepen Kennis zegt dat de verenigingen die een toelage willen aanvragen, een factuur moeten binnen brengen. Ze kunnen hoe dan ook niet over het vastgestelde grensbedrag gaan.

Raadslid van Dongen stelt dat artikel 6 is opgenomen voor het geval dat er fraude is. Hij meent dat men toch ook nog een andere stok achter de deur moet hebben voor als er ernstige fraude is.

Schepen Kennis zegt dat het reglement ook werd voorgelegd aan de gemeentelijke juriste. Er zal aan haar worden gevraagd of het wenselijk is om een clausule in die zin op te nemen. Als dit zo is, dan zal dit worden opgenomen.

 

Vragen vragenronde

Vraag van Stan Meeussen:

Vanaf volgend jaar zal het regionaal belastingkantoor van Turnhout waar wij onder resorteren in onze gemeente geen zitdagen meer houden om de mensen te helpen bij het invullen van hun belastingaangifte. Bij navraag bij de delegatie die hier de mensen kwam bijstaan, blijkt dit enkel Turnhout te zijn en komt deze beslissing niet van de Vlaamse overheid.

Wij, als Vlaams Belang vinden dat zoiets niet kan en mijn vraag is wat het bestuur, mevrouw de burgemeester, gaat doen om te beletten dat dit stuk noodzakelijk dienstbetoon aan de burger wordt afgeschaft?

De burgemeester antwoordt dat haar niet bekend was dat dit om een beslissing ging van het belastingkantoor van Turnhout. Zij stelt voor het belastingkantoor eens te contacteren, maar ze heeft wel vastgesteld dat er dit jaar minder gebruik werd gemaakt van deze dienstverlening.

De gemeentesecretaris vult aan door te stellen dat het hier wel degelijk om een Vlaams plan gaat en dat er nog 46 gemeenten zijn waar men deze dienstverlening aanbiedt. Uit informatie die vorige week werd verkregen bij het belastingkantoor van Turnhout blijkt dat er nog niets definitiefs is beslist, want de beslissing hierover valt tussen Sinterklaas en Kerstmis. Er zullen drie parameters worden gehanteerd bij het nemen van deze beslissing, nl. het aantal bezoekers, de afstand tot het belastingkantoor en de beschikbare personeelscapaciteit.

Nu we juist nog eens de lijst hebben zien passeren van al de intergemeentelijke verenigingen waar we lid van zijn en verscheidene van onze medegemeenteraadsleden ons vertegenwoordigen.
Mijn vraag: Wordt er aan die mensen hiervoor een vergoeding een soort van zitpenning uitgekeerd en in geval van ja, hoeveel bedraagt die dan?

De burgemeester antwoordt dat er voor sommige intergemeentelijke verenigingen inderdaad een vergoeding wordt betaald en zij belooft hiervan een lijstje te bezorgen.