nov 162016
 

Gemeenteraad 15 november 2016

(vragen en opmerkingen van en door Jos van Dongen)

Punt A.3: Waardebepaling en verrekening roerende goederen binnen Brandweer Zone Rand

Vragen:

1/ Ik lees ‘Alle gemeenten van de Brandweer Zone Rand, met uitzondering van de gemeente Boechout, keurden dit voorstel goed in de zitting van 28 oktober 2016.’
Vraag: Waarom ging Boechout niet akkoord met dit voorstel?

2/ Het voorstel houdt onder andere in dat 25% van de waarde van de roerende goederen ‘om niet’ wordt ingebracht. Welk idee zit daarachter? Waarom deze waardevermindering en waarom 25% en geen 10% of 50% bijvoorbeeld?

3/ Hoe komt men tot de ‘Eenheidsprijs per manschap’ van 3000 euro, en is deze eenheidsprijs voor elke gemeente hetzelfde bedrag of wordt dit per gemeente afzonderlijk berekend?

De burgemeester zegt dat de brandweer operationeel moest blijven. De goederen waren overgedragen op 1 januari 2015. Zelfs goederen met een restwaarde nul zijn niet allemaal waardeloos. Ze worden gebruikt. Indien de gemeenten deze goederen zouden verkocht hebben, zou de brandweerzone niet meer operationeel zijn. De zone zou in dat geval ook een groter bedrag hebben moeten investeren.

De gemeente Boechout is een beschermde gemeente. Deze brengt niets in, en krijgt dus ook niets. Zij vinden het systeem onvoldoende (‘te weinig’). Er wordt nog geprobeerd om hen te overtuigen. Er is een procedure voorzien voor als dit niet lukt. De provincie heeft de beschermende gemeenten betaald, maar niet de beschermde gemeenten.

Het criterium van de manschappen is bepaald op basis van een normale uitrusting. Deze is voor elke gemeente hetzelfde.

Punt A.4: Ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Domein Martinus’

In de eerste plaats wens ik te benadrukken dat onze fractie de aanwezigheid van een hotel, feestzaal en conferentiecentrum in onze gemeente zeer positief vindt en dat wij dit agendapunt dus mee zullen goedkeuren.

Wat mij persoonlijk wel stoort is het feit dat het toch wel onderbouwd standpunt van de GECORO tijdens de plenaire vergadering met Ruimte Vlaanderen en de provincie toch wel op een gemakkelijke manier werd opzij geschoven, en meer specifiek wat betreft de mobiliteitsbeoordeling.

GECORO verklaart dat de schaal van het geplande project zowel naar inpassing in de omgeving als naar de toenemende mobiliteit niet te rijmen is met de bepalingen uit het GRS in verband met de zonevreemde bedrijven.

Ruimte Vlaanderen beoordeeld expliciet als positief het in het kader van de opmaak van dit RUP vanuit een ‘worst case’ scenario opgemaakte uitgebreid mobiliteitseffectenrapport (MOBER). In dit rapport  komt men onder andere tot het besluit dat er geen significante effecten op bereikbaarheid, doorstroming en capaciteit zullen zijn en dat de mobiliteitseffecten op gebied van verkeersveiligheid, oversteekbaarheid en verkeersleefbaarheid evenmin significant zullen zijn.  Hierbij heb ik wel ernstige twijfels.

De firma Buro Move die de studie uitvoerde, studie die werd gemaakt in opdracht van de opdrachtgever Domein Martinus en die op 2 september van dit jaar door Ruimte Vlaanderen expliciet als positief werd beoordeeld, verwijst in het rapport onder andere naar  de bereikbaarheid met openbaar vervoer aangezien het domein gelegen is in belbusgebied 941 en vermits in de 2020 visie van De Lijn een sneltram Antwerpen-Malle wordt voorzien. Zoals we allen weten is de belbus reeds lang afgeschaft en moeten we de eerstvolgende jaren geen sneltram verwachten.

Het rapport houdt ook geen rekening en maakt geen melding van de bouwprojecten die in de zeer nabije toekomst in de onmiddellijke omgeving van Domein Martinus zullen plaatsvinden.

Sta mij dus toe om bedenkingen te hebben bij deze studie en nog meer bij de ‘expliciet positieve beoordeling’ ervan.

Punt  A.8: Verordening op toekenning van huisnummers

Artikel 19 bevat tikfout: ‘wordt gesanctioneerd worden’ moet vermoedelijk zijn ‘kan gesanctioneerd worden’.

De burgemeester zegt dat dit zal worden aangepast.

Punt A.12: Pidpa buitengewone algemene vergadering

Vraag: Ik lees in artikel 4 ‘De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel om agendapunt 9 inzake de statutenwijziging, zoals oorspronkelijk geagendeerd op de agenda van de algemene vergadering van 15 juni 2015 en niet afgehandeld door de algemene vergadering van Pidpa op 14 december 2015, af te voeren van de agenda van de algemene vergadering. Dit punt betreft de explicitering van de regeling waarbij het scheidingsaandeel in artikel 10 van de Pidpa-statuten zou worden vastgelegd op de nominale waarde van de aandelen.’

Graag nadere toelichting, waarover gaat dit en waarom werd dit agendapunt niet afgehandeld tijdens de algemene vergaderingen van 15 juni en 14 december 2015 en waarom wordt het nu afgevoerd? Wat waren de bezwaren?

De burgemeester en de schepen van financiën, B. Sebreghts, zeggen dat men dit zal nakijken.

Punt A.13: IKA buitengewone algemene vergadering

Tikfout: Ik lees ‘Overwegende dat het aangewezen is om voor het beheer en de financiering van strategische participaties op intergemeentelijk niveau samen te werken, aangezien hiermee schoolvoordelen verbonden zijn;’

Tenzij iemand mij de schoolvoordelen kan opsommen vermoed ik dat hier schaalvoordelen worden bedoeld.

De burgemeester zegt dat dit zal worden aangepast.

Vragen vragenronde

1/ Onlangs las ik in de krant dat er heel wat islamitische godsdienstlesgevers niet beschikken over de vereiste documenten om les te mogen geven. Daarom mijn vragen wat betreft onze gemeentelijke scholen

  • Hoeveel leerlingen volgen islamitische godsdienst en hoeveel lesgevers zijn er werkzaam?
  • Over welke diploma’s, attesten, aanbevelingen beschikken deze lesgevers?
  • Volgens welke criteria werden deze lesgevers benoemd en wie beoordeelt hun prestaties?

De burgemeester antwoordt dat de aanstelling van de lesgevers Islamitische godsdienst niet gebeurt door de inrichtende macht, maar wel door de organen van die specifieke godsdienst. De beoordeling van deze leerkrachten gebeurt eveneens door een aparte inspectie. Momenteel is er één Islamleraar actief in onze scholen en die heeft een voltijdse opdracht. De info over de overige vragen van raadslid van Dongen zal ze moeten navragen en nog bezorgen.

2/ In de GvA van 29 oktober 2016 las ik dat er zes geradicaliseerde moslims zitten in de Antwerpse opvangcentra: twee in Broechem, twee in Kapellen en twee in de lokale opvanginitiatieven van Kalmthout en Zoersel. Vraag over de geradicaliseerde moslim die zich in Zoersel zou bevinden: Verblijft deze persoon nog steeds te Zoersel in het kader van het Loi? Zo ja, hoe en door wie of door welke organisatie wordt deze persoon van nabij opgevolgd en begeleid?

De voorzitter van het ocmw, K. Schryvers, antwoordt dat er een tijd geleden een draaiboek over radicalisering werd overgemaakt aan diverse instanties die met radicalisering te maken kunnen hebben. Ons LOI heeft momenteel veertig opvangplaatsen die regelmatig wisselen. Vanaf 1 januari 2017 zal de nieuwe regeling gelden dat erkende vluchtelingen snel doorstromen naar de lokale opvanginitiatieven, wat een heel snel verloop geeft. M.b.t. één geval zijn er inderdaad éénmalig vaststellingen gedaan die een vermoeden van radicalisering kunnen inhouden. Het ocmw vond dat zij het voorzichtigheidsprincipe aan de dag hebben gelegd, zoals zij dat trouwens ook moeten doen, door meldingen te doen zowel aan de politie als aan Fedasil, gezien de betrokkene in de procedure zat en dus nog niet erkend was. Het is dan aan de betrokken instanties om hier verder gevolg aan te geven.

Het ocmw was dan ook ten zeerste ontsteld dat dit in de krant kwam, en dit n.a.v. een parlementaire vraag over het vermoeden van radicalisering. Dit bezwaart immers de hele populatie hier naar verdenkingen ten opzichte van elkaar. Bovendien haalt dit het draagvlak bij onze inwoners helemaal onderuit én wordt de vertrouwenspositie van de maatschappelijke werkers van het ocmw ondermijnd. Zij hebben immers de info doorgegeven, handelend vanuit het voorzichtigheidsprincipe.

De schepen had dan ook liever gezien dat het ocmw op een andere manier een terugkoppeling zou krijgen vanuit Fedasil of het staatssecretariaat en ze zal dit ook zo aan hen melden.

3/ In de notulen van het SC van 19 september lees ik bij RUP ‘kerkhof en omgeving’ – gunning opdracht aanvullende werken:   ‘Ondanks het gegeven dat de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP ‘kerkhof en omgeving’ nog vrij recent zijn, blijkt in de praktijk dat een aantal van deze voorschriften te stringent zijn en andere dan weer te ruim. Dit staat de realisatie van een aantal ruimtelijk kwalitatieve projecten in de weg. Hieraan kan enkel worden verholpen door de stedenbouwkundige voorschriften op een aantal vlakken te wijzigen.’

Vraag: over welke voorschriften gaat het hier? Welke zijn te stringent en welke zijn er te ruim? Graag enkele voorbeelden. Werd dit al besproken in de GECORO?

Dit RUP werd door de GR in maart 2013 definitief vastgesteld en dan aan deputatie ter goedkeuring overgemaakt. Welke nieuwe elementen zijn er sindsdien aan het licht gekomen die de aanpassing van dit RUP, met de hieraan verbonden kosten,  verantwoorden?

De burgemeester antwoordt dat de aanpassingen aan het RUP Kerkhof en Omgeving gebeurden n.a.v. een vraag voor een grote ontwikkeling en vanuit de ervaring dat kernversterking op verschillende manieren kan. Inhoudelijk zit dit echter nog in een prille fase. Het is ook zo dat bepaalde beperkingen die gewenst waren aan de ontwikkeling van appartementsgebouwen door de Deputatie soms anders geïnterpreteerd werden dan de gemeente het bedoeld had. Daarom stellen wij ook hier een aanpassing voor om de appartementsontwikkeling iets strenger te beoordelen. Dit werd nog niet besproken in de Gecoro, maar dit zal nog wel gebeuren. Echter niet vooraleer dit nog verder wordt doorgesproken binnen het schepencollege.

4/ In de VVSG-berichten week 39 lees ik ‘Hervorming PWA naar Wijkwerken zorgt voor oncomfortabel gevoel’ Onze fractie beschikt niet over een vertegenwoordiger in het plaatselijke PWA-bestuur om deze problematiek van nabij te kunnen opvolgen wat Zoersel betreft. Vandaar mijn vragen:

  • Hoeveel personen zijn er momenteel werkzaam binnen het PWA-statuut?
  • Wat verandert er voor deze mensen in de nabije toekomst in vergelijking met de huidige werking?
  • Welke initiatieven gaat Zoersel nemen om negatieve gevolgen (zowel wat betreft financiën als wat betreft dienstverlening) zoveel mogelijk te beperken voor opdrachtgevers en voor PWA’ers?
  • Wat gebeurt er met onze PWA-beambte?

De burgemeester antwoordt dat de PWA-beambte sowieso naar de VDAB zal overgaan. Er is nog geen discussie geweest over wat er met de PWA van Zoersel zal gebeuren. Zij denkt dat het nuttig zou zijn om kennis te nemen van de werkwijze van het PWA, van het aantal mensen die er in actief zijn, de hoeveelheid aanvragers die er zijn, de mogelijkheden die er zijn om diensten verder te zetten e.d., om hierin een beslissing te nemen.

De schepen van sociale zaken, K. Schryvers, vult aan door te zeggen dat het decreet over de wijkwerking nog gestemd moet worden in het Vlaams parlement. Er bestaat reeds een conceptnota die een aantal lijnen uitzet, maar die mogelijk ook nog wel wat bijgestuurd zal worden, onder meer wat de tewerkstelling betreft van de mensen die momenteel via de PWA tewerkgesteld zijn. Een ander element dat zeker nog ter discussie staat, is de maximum duurtijd van het contract en de mogelijke verlenging van de overeenkomst. Dat is natuurlijk voor het doelpubliek ontzettend belangrijk. Minister Muyters zal dit decreet op korte termijn zeker verder willen behandelen en laten stemmen in het Vlaams parlement. Zij is dan ook van mening dat begin volgend jaar alle modaliteiten wel gekend zullen zijn.